boekenopener voor probaat schrijfwerk
Ziehier de sinds 2009 dagelijks aangepaste laat-ironische internetpost van scribent revers locker.
feuilleton

In deze linkerkolom wordt wekelijks een vervolghoofdstuk geplaatst  van revers locker's recente e-(mail)roman 'Over die schreef' . Voor korte samenvattingen van mijn zes e-(mail)romans en ander werk: klik op Categorieën en vervolgens op Voorpagina. Zie elders op Internet voor meer werk en/of persoonlijke info.

 

 

Aflevering 2:

  

2.

 

.‘Wie ben jíj eigenlijk?’ is zijn eerste vraag als hij haar de volgende morgen na een verkort rondje fietsen koffiezettend  aantreft.

‘Rita met uw welnemen. Drie-en-veertig lentes, en mijn man heet Dirk. Drie jaar ouder.’ Zij wijdt uit over de deadlock in hun relatie. Gaat in op zijn baan bij het segment Ontwik­kelingssamenwerking van Buitenlandse Zaken. Het feit dat Dirk  weigerde de naar zijn mening bedriegelijke kwalificatie “ontwikkelingssamenwerking” te erkennen en het schamper heeft over “zogenaamde bijstand aan arme landen”  zou volgens Rita wel eens te maken kunnen hebben met zijn overigens schaarse kribbige buien. ‘Hij zit niet al te lekker in zijn vel’ beweert ze.

Eenmaal op de praatstoel vertelt zij meer in detail over zichzelf. Hoe ze ooit zonder opleiding bij de administratie van een advocatenkantoor was begonnen en het daar aardig had gedaan. Hoe ze later terecht kwam bij een te idealistisch ingesteld grafisch bedrijfje als directiesecretaresse en eruit vloog bij het faillissement. Waarna ze niet meer voldoende haar best had gedaan om aan de slag te komen. Zij praat haar toch al geringe gêne en verlegenheid met de situatie weg. Voelt zich vrijer nu hij af en toe moet lachen. 

Ze beweert aan één stuk door diep te hebben geslapen, maar was vroeg wakker geworden met een wee gevoel in haar maag. Ze overwoog eerst maar eens te kijken of er wat te eten was. Zij had zich weten in te houden en was blijven liggen. Had gedaan of ze sliep toen ze hem hoorde weggaan. Zijn vertrek betekende voorlopig tijdwinst. Ze had niets durven zeggen en wilde er eigenlijk stiekem tussenuit knijpen. Het was al te dwaas wat er was gebeurd. Maar opstaan kon ze wel vergeten. Ze kon met geen mogelijkheid lopen. Ze legde zich voor het moment bij haar wonderlijke situatie neer.‘Het is heel begrijpelijk hoor dat je je een beetje schaamt voor de situatie. Dat doe ik zelf ook’ stelt Jasper haar gerust. ‘Het spijt me. Dingen lopen zoals ze lopen. Aan de andere kant: Marilyn Monroe zei altijd al met Édith Piaf dat je nooit achteraf spijt moet hebben van gepasseerd plezier. Het heeft geen zin, en het verdringt ten onrechte de zoete herinnering. En als je er geen zin in hebt dan doe je het gewoon niet meer.’

‘Maar je weet ook wel hoe beiden aan hun einde gekomen zijn.’ Met de mond vol tanden staan is niets voor haar. Die vent is goed zeg. Ze wil het graag met hem eens zijn, maar voelt zich onzeker. Ze drukt onstuimige gedachten weg. Geniet van de spannende situatie waarin ze zichzelf heeft gemanoeuvreerd. Omdat hij blijft zwijgen probeert ze met stoere praat aanknopingspunten te vinden‘Heb je ooit fysiotherapie of zo gedaan? Allejezus; jij kunt er wat van zeg.’ Het klinkt belachelijk en plompverloren. Van de buis geplukte turbotaal. Daar voelt ze zich lekker bij.

Jasper lacht dat zuur weg. ’Ik zei toch al. Als je iets bij­zonder vindt mag je je dat best laten over­komen. Vond je het bijzonder? Mooi toch? Voor mij is het geen routine als je dat soms dacht. Voor niets gaat de zon op. En wie doe je er kwaad mee als anderen niet weten wat zich heeft voorgedaan? En wat is er nou helemaal gebeurd. Zwanger kun je niet zijn.’ Hij grinnikte verlegen. ‘Het was de bank maar, niet het bed. En je was er dus aan toe.’ Hij verbaasde zich over zijn openheid. Dit soort lef was nieuw voor hem. Als er iemand van beiden met beklemmingen worstelde dan was hij dat wel.

‘Nog koffie?’

‘Nee, grijze thee graag als dat er is. Niets erin. Een cracker of be­schuit zou lekker zijn. Aan fruit doe ik niet.’

Er volgde een lange pauze waarin de radio verder ging met het opeenstapelen van pretentieuze kletspraat, en keukengeluiden overheersten.

Na een paar happen verbrak hij de stilte: ‘Hoe leven jullie met elkaar?’

‘Nou, gewoon buitengewoon heftig.’

Dankbaar voor zijn overbrugging barstte zij over­ijverig los. In een overdreven neiging tot bekennen, die hij al heel snel doorhad en gebruikte om haar verder uit te horen, gaf zij zich over aan het doorgeven van in­tieme zaken. Zij bekende nu onverbloemd dat de ruzie met haar man ook haar schuld was, en eigenlijk over niets was gegaan. De nuk­ken van de menopauze veronderstelde ze. Verdwaalde opvliegers.In mini­mum tijd was Jasper op de hoogte van haar ordinaire smaak, hoe zij de vakan­tie doorbracht, de inrichting van hun huis en haar simpele wereldbeeld. Hij liet de woordenvloed gelaten over zich heenkomen. Hij wist nog niet helemaal zeker of hij nu wel of niet van alles van haar wilde weten, maar neigde al luisterend steeds gretiger naar het eerste. Mensen vertelden hem al­tijd meteen hun diepste gevoelens. Hij was eraan gewend om hen uit te horen zonder er moeite voor te hoeven doen. Hij kon niet goed tegen de sores van anderen maar raakte er steeds zo bij betrok­ken dat hij tot niets anders in staat was dan de lopende band helemaal uit te luisteren. Het initiatief overnemen trok hem niet. Hij meed zo het risico van  allerlei complicaties. Een zichzelf overtuigend excuus om van een partner te zijn gevrijwaard. Langer dan drie dagen één en eendezelfde iemand om zich heen kon hij niet uithouden. Inmenging verdroeg hij niet. Tot zijn verbazing werd hij nu wel meegesleept in openhar­tigheid. Verdrongen frustraties kwamen los. Maar even laten gaan.

‘Ik heb me met de eenzaamheid verzoend. Anders word ik helemaal opgezogen. Ben ik te betrok­ken, te verantwoordelijk. Mijn hele wezen wordt erdoor vernie­tigd. Dan kan ik ook niet meer vooruit denken. Kom ik aan niets zin­vols meer toe. Ik wil niet meer lijden dan nodig is.’

Rita wist even niet wat ze eraan had. Ze keek hem aan met de meest begripvolle blik die zij op dat moment kon produceren. Dat mens zat dus ook al niet lekker in z`n vel.

‘Eén één’ stelde Jasper vast. Hij was woedend op zichzelf dat hij zich zo had laten gaan.

Stilte.Zij nam de tijd om de troosteloosheid van de kamer in zich op te nemen en wierp vanaf de bank opnieuw een blik in de keuken, terwijl hij als een betrapte scholier op z`n stoel zat te draaien.‘Wat heb je daar toch voor troep op je aanrecht staan? Het viel me gisteravond al op, maar ik was te ver heen om erop door te gaan.'  

‘Vliegen. Bromvliegen. Tweedejaars studenten weet-ik-veel biologie of zo, uit Leiden zijn - god weet waarom - juist in mijn verzamel­ing geïnteresseerd. Daar kwam ik jaren geleden toeval­lig achter. Of liever zij vonden dat zelf uit.’

Hij haalde een jampotje met vliegenlijkjes van achteren. Zij pakte het met een aanstellerige griezel aan. Hij tikte tegen het glas, schudde de inhoud en vervolgde, bewust een beetje op mysterieuze toon: ‘Ik verzamel die lijkjes al meer dan zeventien jaar. Het is een soort tweede natuur. Noem het maar een blok­kerende gewoonte die anderen niet hindert. Ongevaarlijk, en ik kan het helemaal alleen af. Ik selecteer de vliegen uit het dagelijkse aanbod aan in­secten en deel ze in naar grootte. Uitsluitend­ naar grootte. In niet meer dan drie categorie­ën. De vangst van overdag valt tegen. Maar je moet de avonden niet vergeten. Zonder de avonden zou de score niet representatief zijn. Vijftien jaar geleden - ik weet het nog precies, want het was op zon­dagochtend 4 mei - had ik met me­zelf afgesproken alleen de exemplaren te vangen die op het raam van mijn beganegrondse flat aan de buiten- en bin­nenkant zitten. Uitsluitend bromvliegen. Andere insecten doen niet mee. Er moet een constante inzitten. Niet smok­kelen dus. Toch heb ik het niet kun­nen laten om met een hulpmid­deltje mezelf van een vol­doende inter­essant aanbod te verzekeren. Ik ex­perimenteer konsekwent met kamertemperaturen, vochtigheidsgraad, en beperk open ramen om zoveel mogelijk - laten we zeggen - slachtoffers aan te trekken. De andere omstan­digheden laat ik zoveel mogelijk gelijk. Bedwelmende of lokmid­delen zou ik niet fair vinden. Horren wil ik uiteraard niet. Ik gebruik een ouderwetse vliegenkast om het eten geen bevlieging te geven. Hygiënisch genoeg hoor.’

Rita fingeerde een gebaar van afgrijzen. ‘Je meent het. En daar hou je je de godganse dag mee bezig?’

‘Om u te dienen. Maar niet de hele tijd natuurlijk. Je ontwikkelt een zekere routine. Het is geen gekkenwerk. Anderen kunnen er iets mee en ik heb zelfs meer dan de illusie dat wetenschappers er een onderzoek op kunnen baseren. Tenslotte komen de “Leienaars” eens per half jaar de vier potjes van de afgelopen periode ophalen. Ik krijg er nog voor betaald ook. Honderd ballen per keer. Drie jaar geleden was dat nog de helft. Een teken dat de belangstelling leeft. Weet je; ik heb zo m`n principes en zuinigheidsoverwegingen. Ik vind bijvoorbeeld al jarenlang dat ik alleen ­gebruik mag maken van één en dezelfde vlieg­enmepper, zo`n halfslap plastic kreng. Zwarte steel, oranje rastervlak. Die verplichting heb ik mezelf opgelegd. Het slagvlak is op som­mige plaatsen kapot.’

Jasper legde uit dat het bij de sport hoort - of liever: hij was dat met zichzelf overeengekomen - volgens een sluitend systeem te werken. Hij wilde het verder uitleggen.   

Rita maakte een gebaar van ach laat maar zitten ook. Het werd te technisch voor haar. Ze knipperde met haar ogen.

Jasper negeerde haar afwijzing. ‘Ook dezelfde slagkracht houd ik aan en de hoek waaronder ik sla. Alleen de plek hoeft niet hetzelfde te zijn. De ervar­ing leert wel dat het meeste succes voor het raak slaan ligt in de vroege ochtenduren tegen het grote buitenraam op het oosten.’ Hij wees het aan.

‘Toe nou. En `s winters dan? Je neemt me in de maling.’

‘Niks hoor. Dan gaat het bedrijf gewoon door. Je kunt het vergelijken met het noteren van kentekennumers of vliegtuig-spotten. Dat bromvliegengedoe levert maar een klein deel van mijn inkomen op. Daarnaast fungeer ik af en toe als proefpersoon voor een paar winkelketens. Nogal makkelijk: eten gratis thuisbezorgd en nog geld toe ook. De enige tegenprestatie bestaat uit het maandelijks invullen op een formulier wat ik ervan vind. Ik kan erop kladderen wat ik wil. Ik houd er een massa vrije tijd aan over. En dan ben ik ook nog voor een paar grijpstuivers tipgever voor het Wassenaars Weekblad. Ik sprokkel zo m’n kostje bij elkaar en kan ik makkelijk rondkomen. Nadenken hoeft niet. On se débrouille zouden ze zeggen in Avignon.’ Elke dag tenminste dertig kilometer fietsen op z`n oerdegelijke Hol­landse karretje liet hij zich niet afnemen. Zonder versnelling, maar mét zweefzadel en een velgrem op het voorwiel.

‘Zeker onder het vrolijk ritme van een tegen de jasbeschermer aanlopende achterband’ voegde zij er guitig aan toe. ‘Hoe krijg je het verzonnen.’

In geen jaren was Jasper zo mededeelzaam geweest. Vroeg zich af of ze wel echt luisterde. Stak ze de draak met hem? 

Rita was bij het aanhoren van zijn uiteenzetting alleen maar nieuwsgieriger geworden. De behoefte om hem te beschermen nam toe. Wat komt die knaap tekort­, had zij op haar lip­pen. Maar zij hield zich op tijd in. Ze kende hem tenslotte net. En je weet maar nooit hoe prettig gestoorde eigenheimers op spon­tane uitvallen kun­nen reageren. Daar had ze al meer problemen mee gehad.Jasper besloot - bij gebrek aan verder commentaar - zijn verhaal af te maken. Een stan­daardpraatje had hij niet paraat. Hij had naast de Leidse kakkers nog nie­mand ooit bereid gevonden hem over zijn bezigheden aan te horen.

‘ Als je je weer wat kunt behelpen moet je maar verder kijken in de keuken. Dan kun je de gevulde potjes op maat zien en een nog niet uitgesorteerde hoeveelheid lijkjes van de afgelopen dagen op het aanrecht. Je kunt ze niet te lang laten liggen. Ze moeten binnen drie dagen luchtdicht zijn afgesloten. Anders gaat het mis. Het materiaal verdroogt dan en valt bij het minste of geringste uit elkaar.’

Hij voegde eraan toe dat hij geen idee had over de wetenschap­pelijk betekenis van zijn gedoe. ‘Het interesseert me ook eigenlijk niet. Ze nemen alles wat ik doorgeef kennelijk  bloedserieus. Ik was een keer op hun uit­nodiging op bezoek en ik kreeg een heel bekwame in­druk van hun werkwijze. Vraag me niet  wat er op den duur uit moet komen.’‘ Okéj-okéj. Maar wat weet je dan zelf helemaal van de levenswijze van bromvliegen af?’

‘Niets. Maar dat is ook helemaal niet nodig. Ik houd alleen aan­tallen bij, en dagen. Ik stop mijn vangst naar grootte luchtdicht in potjes. Ik heb er wel eens over gedacht daar ether aan toe te voegen, maar dat zou de constante kwaliteit van het aanbod misschien verpesten. Dat is alles.’

Hij lacht zijn vreugdeloze lachje.

‘Ze willen misschien groeiveranderingen in microklimaat aan­tonen of zo. Kleurschakeringen. Vruchtbaarheidsproblemen uitdokteren. Nog meer onzin over standaard milieu-effectrap­portages oproepen, louter voor de statis­tiek denk ik. Eh, wellicht.’

‘ Wellicht, wellicht. Je lijkt zelf wel een in­tellectueel, man.’

‘ Maakt niet uit. De relatieve duur­zaamheid nagaan. Daar hadden ze het ook over. Die il­lusie is al­lang bekend, mind you. Vliegen worden in de loop van de tijd altijd wel wat groter of kleiner. Verspreiden steeds minder of juist meer ziektes. Produceren meer mannetjes of vrouwtjes. Worden steeds geslachtlozer. Geven  geurtjes af. Krijgen sokjes van fos­faat. Wat doet het er toe. Ik rommel maar wat en ik blijf het nog steeds een nuttige bezigheid vinden. Het kost me niets dan een beetje tijd. De bedrijfslasten zijn te verwaarlozen. Een beetje verloren tijd, nog niet eens een kubieke decimeter ruimte, over­gespaarde jampotjes en een vliegenmepper die al jaren geleden is afgeschreven. Over vliegen gesproken: Ik hoop nog ooit eens een over­breng­ing te realiseren die vliegen op hand­kracht mogelijk maakt. De con­structies eromheen zijn geen punt.’

Hij peilde haar reactie.

Rita trok een onnozel gezicht. Rare gedachtesprongen. Ze vond hem inderdaad wel gek in komische zin. Misschien stelde dit iets voor om verder samen met hem uit te werken. Zonder de vliegen dan. Jasper leek haar een origineel talent. Zij meende daar gevoel voor te hebben.

‘ Doe jij je eigenlijk voor als degene die je bent? Wat vindt je omgeving daar nu van?’

‘ Laat ik je wat meer over mezelf zeggen. Ik hoop dat je dan in­ziet dat ik redelijk normaal ben maar de nodige pech heb gehad. Ik kan mezelf bedruipen. Heb daaraan genoeg. Bijzondere dingen doe ik van een kleine erfenis van mijn ouders. Er waren geen andere aanspraken op hun geld. Ik had een oudere zus, maar die heb ik nooit gekend omdat ze zes jaar voordat ik werd geboren als baby de wiegendood is gestorven. Dat heeft mijn moeder me een keer in tranen verteld toen ik vijf was, en een middagje onhandelbaar was geweest. Ze is er nooit meer op teruggekomen. Mijn vader praatte niet over dat soort zaken. Ik had duidelijk een meisje moeten zijn. Ik heb dan ook heel dikwijls geprobeerd me een andere identiteit aan te meten. Me de geest van een ander toe te eigenen. Maar ik ben er nooit in geslaagd zoals je ziet.

’‘Arme jij. Wat een onzin.’

‘Ik weet het niet. Das dauert eine Zigarette.’

 

----

 

==

Peyton op 25-03-2014 10:10: 
Thank you for the sensible critique. Me & my cousin were just preparing to do some research on this. We grabbed a book from our area library but I think I learned better from this post. I’m very glad to see such fantastic information being shared freely out there…

kaatje wharton op 31-07-2010 12:24 via, http://chalkpoetry.blogspot.com/ :
tot bij jou geraakt, leuke blog
krijt je jouw commentaar eens voor ons dan krijgt die zijn eigen plaatske?
dank je
ik kom hier zeker terug
kaatje.

 

<<<<<<<>>>>>>>>  <<<<<>>>>>

 


 

                                   XOXOXOXOXOXOXO

 

Laatste tweets

 

 

 

 Contact: hedelepe@kpnmail.nl

 

Week 8:

Wij vluchten in goklust en topsport. 

 

Vrijdag 23/2:

~  Slimme pacemakers en open peeskamers straks in elk treinstel.

 

Vermaken

is de pure lol

om aan jezelf te knutselen

en hiernamaals

het gezag ermee op te zadelen.

 

Op de keuterborg

hartje Norg

placht men na verworg

conform ene gorg

louter minizorg.


Donderdag 22/2:

~  Sommige jaren vereeuwigen dagdromende kwartiermakers maandenlang iedere week om het uur minutieus een tijdloos moment.

 

Voor al mijn wazige gedrochten

wring ik me steeds in duizend bochten

waar anderen de Kunst vermochten

met inzicht en talenten pochten

of  slechts bekwaam de schoonheid zochten

in duurzaamheid gewoon die kochten

zo welbevonden  innen mochten

voor mij lijfeigen gaar gesjochten

alleen maar tasten in de krochten

na moebevochten kennistochten.


Woensdag 21/2:

~  Ijdeltuitjehorn verdoezelt bij huidig afzien.

 

Ach jij rollebol

niet de lol

of een grol

maar de drol

en de snol

hun hol

dat opzwol

heeft er de buik van vol

zij betalen de tol

voor het wollig  gesol

en gedol

in G-moll

uit Sebastopol.


Dinsdag 20/2:

~  Geen nikker of flikker duldt stront aan de knikker.

 

Beter dan erbij te horen

is in wezen van tevoren

hoog van de toren

volkoren

beschoren

zijn uitverkoren

spits je oren

laat je weledelnaaktherboren

niet storen

of door neuzen boren

noch raak verloren

blijf in lust bevroren

scoren

en sporen

op de AZoren.


Maandag 19/2:

~  Alle Jezus heeft als krachtterm afgedaan.

 

De afwisseling tussen

kussen

en klussen

is lusten

of rusten

om bewuste

fusten

van vreemde kusten

met busten

op te hoesten

zulk een levensritme

doet honger en dorst vergeten.


Zondag 18/2:

Tussen monnikspijs en paardensteelsel valt nagenoeg niks te makken dan het onderste uit de kan.

 

Een tintje lichter dan Guinees

biggetjesvlees

de  bakbanaan en babyface

kleurt de urine van zatlap Gees.


Bar bizar genoeg

herluidt in de war

vooral aan de bar

het bezwangerde modewoord

bizar.


Zaterdag 17/2:

~ De voorrem voor democratie blokkeert een tolerante samenleving.


Mijn excuus

geldt de menu’s

voor het infuus

zonder paparaplu’s

bij Truus

van schuine Guus

dan maar ajuus

déja vu’s.



===