boekenopener voor probaat schrijfwerk
Ziehier de sinds 2009 dagelijks aangepaste laat-ironische internetpost van scribent revers locker.
feuilleton



In deze linkerkolom wordt wekelijks een vervolghoofdstuk geplaatst  van revers locker's recente e-(mail)roman 'Over die schreef' . Voor korte samenvattingen van mijn zes e-(mail)romans en ander werk: klik op Categorieën en vervolgens op Voorpagina. Zie elders op Internet voor meer werk en/of persoonlijke info.

 

 

 

Aflevering 11:

 

Om voor het moment van Rita`s dweepzuchtige gedram bevrijd te zijn, belooft hij met de allergrootste tegenzin: ’Oké, ik wil het dan wel eens als probeersel hebben over Buitenlandse Zaken.’ Om haar af te schrik­ken, zo hoopt hij. ‘De binnenkant daarvan is eigenlijk nauwelijks bekend en je hebt me heel wat ideetjes aangereikt met je ongehoorde ontboezemingen over wat jouw Dirk is overkomen. Die spreken me wel aan en ik kan er misschien iets mee.’ Hij verwacht dat Dirk daartegen toch bezwaar zal maken.

‘Daar heb ik je. Palavers over Verweggistan met Dirk als bron. Dat was mijn bedoeling nu juist ook. Je moet er plezier in zien te krijgen. De rest komt dan wel. Vet cool man.’  

‘Schrijven is de kunst van het weglaten, niet? Daar ben ik in mijn geval intensief mee bezig. Ik was er dan ook bijna aan toe geen letter meer op papier te zetten. Ik ben helaas Theo Dotion niet. Noch zijne schijnheiligheid Multatuli. Maar goed. Laten we er verder even niet over praten. Ik probeer wat en we zien wel.’ Hij voelt zich belachelijk in zijn meegaande mededeelzaamheid maar kan er voor zijn fatsoen nu niet meer onderuit. Falen in duplo is in ieder geval halve smart. Maar hij heeft nu al weer spijt.

‘Lijkt me een prima idee. Ruig kerel. Volgende week verwacht ik je eerste proeve. Je zou eigenlijk een tekstverwerker moeten hebben. Dat is het halve werk. Of nog beter: direct overgaan op een voorlopig lekker anonieme site op Internet. Uitdagende flarden fictie lanceren. De toevallige lezer en de nieuwsgierige nieuwsjager laten gissen naar de herkomst. Geluk zoekt jou niet; je moet het zelf najagen. Dat zei m’n oma ook al.’

Boos op zichzelf dat ze hem uiteindelijk toch zo ver heeft gekregen probeert Jasper geïrriteerd een laatste, vergeefse, troef uit: ‘Maar je zult het zien. De hollandse cultuurmaffia is als de dood de overeengekomen canon te moeten opbreken voor nog meer beperkt talent. De club is net zo lekker bezig de zaakjes onderling voor elkaar te krijgen. Er zijn te grote commerciële belangen mee gemoeid. Als je de boekenmarkt nog verder openbreekt dan wordt er helemaal niets meer verdient. Dan heeft het platte wissen van Internet gewonnen. Leest niemand meer van papier.

Ik zal je een geheim verklappen om te illustreren met welk zootje we te maken hebben. Vorig jaar stuurde ik onder mijn eigen naam aan de twee grootste Nederlandse literaire uitgeverijen fragmenten op van gevierde schrijvers. Ter beoordeling. Ik had het zelf keurig uitgeschreven. Ik veranderde alleen de titel en de eerste drie zinnen van elk hoofdstuk. De ene vergastte ik op veertig pagina’s van een in het Nederlands verschenen vertaling van Peter Handke’s ‘Die Stunde der wahren Empfindung’ en de andere kreeg dertig bladzijden van ‘Het geheim van een opgewekt humeur’ van H.C.ten Berge voorgelegd. Vier maanden daarna kwamen de stukken retour. Blijkbaar ongelezen. In beide gevallen voorzien van een voorgedrukte reactie. De ene luidde: ‘Uw manuscript heeft ons niet in die mate aangesproken dat we uitgave ervan zouden willen overwegen..’ De ander volstond met:‘Bij nadere beschouwing blijkt uw bijdrage toch niet te zijn wat wij zoeken.’  Ik blijf lachen. Je mag zelf raden om welke uitgevers het gaat.’

‘Ik ben er stil van.. Echt; ik ben sprakeloos.’ Om haar woorden kracht bij te zetten houdt Rita voorlopig haar mond.

Ze laat moeizaam twee boeren achter haar hand. Eigenlijk niets voor een feeks van haar formaat.


8.

Zij had hem rustig laten broeden. Nam ter stimulering af en toe wat opbeurends mee en kirde dan opgewekt: ‘Ik heb wat voor je. Een paar plantjes om de saaie boel hier wat op te vrolijken. Die sombere mannenbedoening hier. Dat lijkt nergens naar. Je wordt er volgens mij hartstikke zombie van.’     

Na een maand aarzelen las hij haar spontaan voor uit zijn proeve van losse verhaaltjes. Uitsluitend lotgevallen die zij had opgediept. Aangedikte anekdoten, ontleend aan de over­leveringen van Dirk.

Jasper vond het eigenlijk te genant om van haar gegevens, privé-leven en ideeën gebruik te maken. Hij voelde zich ongemak­kelijk dat zijn nonchalante notities door haar werden aange­hoord en gelezen. Waardeloos zouden worden gevonden. Hij rekende erop dat zij dat ook zou inzien en stoppen met haar opgezweepte pretenties. Het gehits zou nergens toe leiden.

Het leidde tot iets. Nog voordat hij haar ging voorlezen (‘uit eigen werk ahum’ - hij kon wel onder grond kruipen ) bekende hij: ‘Er is iets raars met me aan de hand. Sinds ik meer gericht ben gaan schrijven, en me meer bewust en intensief in situaties van derden probeer in te leven, voelt het toch net een beetje al­sof ik een ander iemand ben geworden. Vreemd, prettig, op­gewonden. Eng ook. De voyeur in een volgende verrassende stap van betrappen. Ik lijk wel gehyp­notiseerd. Ik werk aan Dirk's belevenissen zoals jij ze me doorgaf. Maar ik wil je vooraf even iets anders laten horen. Kijken wat je dáárvan vindt.’

Waarom loog hij nu toch?

‘Kijk aan. Laat maar `s horen. Vertel!’ aapt Rita onverdroten haar favoriete radio-interviewster na.

Met verstikte stem lispelt hij, puttend uit z`n verstofte voor­raad, een paar naar zijn smaak besliste volzinnen.

Je hoeft er nog niets van te zeggen....’

Jasper houdt de adem in.

Rita zwijgt inderdaad veelbetekenend. Teleurgesteld. Verlegen met de naar haar mening onverwachte hoogdravendheid. Te onbenullig om over te praten. Ze grijpt naar een paar andere velletjes die hij had afgescheurd. Legt ze weer neer.

‘Wil je het echt weten?’

‘Zeg het dan maar.’

‘Nou ja ja sorry hoor, maar ik vind het dus echt noppes. Nado. Domein van een stelletje slome dozen.’

Jasper kijkt naar buiten. Hij verbijt zich. Reageert even niet.

‘Jouw vorige babbel klonk veel aannemelijker. Je bent een fantast neem me niet kwalijk.’

‘Ben ik tenminste iets. Geloofwaardigheid doet er niet toe neem me niet kwalijk.’

Rita pakt zwijgend een paar blaadjes aan een paperclip op en leest: 

     Thuis best.

Het bastion van Buitenlandse Zaken. Beter bekend als de "apenrots". Zeldzame ingangen heeft dit departementaal buitenhuis aan het Bezuidenhout. Niet de mysterieuze VIP- entree onder de jalouzievalbijl door, of de ordinaire draaideur aan de voorzijde, maar de achteraf­gang naar de rijwielkelder is daarvan de meest opval­len­de.

     Nog afgezien van de ondeugdelijke beveiliging van deze afdal­ing en de meedogen­loos maaiende (want elektronisch bediende) zwaaideur, heeft ook de helling naar het smoezelige rectum nooit willen deugen: veel te steil. Dit anale probleem was al in de ontwerpfase gesignaleerd door een wakkere secretaresse. Zij werd toen nog door deskun­dologen besmuikt weg­ge­lachen. Het kostte dan ook eerst zes gewonden en zeven jaar doorzeuren in de dienstcommis­sie voordat er iets aan die goot voor fietsvolk werd gedaan. Ze lieten die scheu­ren in de bomvrije kelder toch ook zitten?

Omdat god de standen had gewild, en om spraakverwarr­ing bij de veronderstelde veeltaligheid van het vaalwitte onderkomen te voorkomen was het niet in het commerciële Baby­loncomplex opgenomen, maar pal ernaast neergezet. Baby-lon; daarmee is ook de onvol­wassenheid van de omgeving bepaald. Een jeugdzonde. Niet dat men elkaar daardoor beter begreep.

Zo meldt Onze Permanente Vertegenwoordiging te Brussel gewichtig : "CO­REU fungeert immers alleen voor de eerste pijler en de Troika voor de tweede", en slechts drie ingewijde collega`s kunnen daarvan genieten. En laten het erbij.

     De buren van het kapsonesdepartement wiegen mee op de misplaatste allure van de suikerbrood-veste. Met uitzicht op het uitgedunde hertenkamp, waarlangs overbodig verkeer wordt opgejaagd. Een hoop schroot voor de voorgevel (het kunstbud­get moest op), en de dominante werkgeverscentrale als horizonvervuiler aan de overkant. De methadonbus aan gene zijde weggedrukt, zover mogelijk verwijderd van de VIP-ingang (deze zin halveerde Jasper toen Rita hem erop attent maakte dat de spuitbus inmiddels bij een facelift van Babylon was weggesleept). De aan onoplettende lezers verpande Koninklijke Bibliotheek, en de kazerne van het Landbouw Plus-ministerie (waarin het vervagend klompenimago met het poldermodel ten grave wordt gedragen) op veilige afstand sluiten de omheining.

     Een passende mondaine ambiance voor niet-alledaagse mensen, de vervreemding verder achterna. Er is in het gebouw dan ook gekozen voor een per etage repeterend doolhof in hydravorm.

     Met liften vol verstard afgetrok­ken smoelen. Nog net kon wor­den voor­ko­men dat op de eerste etage achter de draaideur een streep werd ge­trok­ken om te late binnen­ko­mers van te vroege vertrekkers te scheiden. Nodig bleek dat niet; het bleek om dezelfde mede­werkers te gaan. 

     Hoe anders was dat met de vorige behuizing aan het Plein. Een statig hoofdgebouw met zestig dependances verspreid in de stad. Een deftige opgang, waarachter witgehandschoende kamerbewaarders in rokkostuum onledig draafden en onmid­dellijk bij binnenkomst de bezoeker de indruk gaven al in het buitenland te zijn gear­riveerd. Die ene geplooide ka­merbewaarder moet er indertijd een vermogen aan exotische postzegels hebben vergaard, klandestien afgeweekt van bin­nenkomende enveloppen. Hybride franke­ring van verre. Gun het voetvolk ook iets.

Hoe anders ook was de tijdelijke quarantaine van de in­gekwar­tierde ontwikkelings­samenzweerders in het toenmalige "Tra­nsitorium" aan de Zwarteweg. Eerder gecon­sig­neerd in Voor­burg als ongecompliceerde Directie Inter­nationale Technische Hulp, werd de te laagdrempelig bevonden assistentiepoot in de overgang gecon­fron­teerd met dit  tijdelijk asielcentrum, oord van opvlie­gers tengevol­ge van een vergeven binnenklimaat en dichtgelaste klepraam­pjes tegen het springen van ont­moe­digde medewerkers. Gezegend met een absoluut record aan fietsen­dief­stallen. Het enige wat aan het doorgangshuis had kunnen deugen was de naam en niet de te ruim bemeten tijdsduur van outplacement. Hoe kon ook ooit op de plaats van de afgebrande optrek van Kunsten en Wetenschappen tijdelijk een aanvaardbaar onder­ko­men van de over­heid wortelen? Pas toen het Transitorium definitief door de overheid was verlaten en het be­drijfs­le­ven zich over het grondbezit had ont­fermd bloeide er iets imposants overheen en kreeg het een tot de verbeel­ding spreken­de naam mee: Castalia. Een herbouw van aanzien, dankzij de hoge puntdaken à la Chicago, ook al zou de platte Haagse volksmond er wel weer iets van maken zoals ‘gemengde tietelatuur’. Een zoveelste dorpse poging tot wereldstedelijke ambitie: de Hofstad z`n eigen bakste­nen twin­tower met een aanpalende peperbus en kreunende stanleymes om de vervuilde lucht te snijden. Nog steeds bijkomend van het tramtunneltracétrauma wordt daarna de volgende slag in de lucht voorbereid om Rem Koolhaas te compenseren voor de moord op zijn Zwarte Weduwe: een gestileerde n als zoveelste krombouw. Een achterhaalde opstuwing naar milieuvriendelijke grootsteedsheidwaan. Niets oorspronkelijks. 

     De residentie bleef ondertussen het toonbeeld van schijnrust en gezapigh­eid zoals het Vredespaleis die voorbeeldig uitademt. Niet voor niets staat dit Carnegie-sprookjespaleis op de plaats rust, en werd Den Haag door een keur van diplomaten ooit uitgeroepen tot de saaiste en braafste standplaats ter wereld: een voormalig ooievaarsnest vol koekoekseieren. Sst, er wordt hier namens de wereld rechtgesproken.

Eénmaal beland op de plaats van bestemming bij het Centraal Station bleek de schep­ping van architect Apon voor de bewoners van het Buitenhuis een geduchte aanjager van de synthese tussen traditie en de nieuwe tijd. Het overwonnen vervuilde binnenklimaat maakte plaats voor de confrontatie met het sick building syn­droom, het muisarm turen naar onaangepaste beeldschermen, het onver­hoeds ultrasoon brom­men van foute TLverlich­ting, het tussen de middag verplicht nummertje vreten aan de ruif op de eerste etage, ruggenmollende stoelen (die er nimmer door ergonomen kunnen worden uitgeramd; het zit in ons), en nog eens hernieuwde recirculatie van uit vorige lokaties mee­ge­nomen luchtjes, die het inkomen van incompetente klimaatbehan­delaars duurzaam zeker stelden. Er kon dan ook begrip worden opgebracht voor trouwe dienaars die op steeds verdere fietsaf­stand van het werk gingen wonen om de toenemende dagelijks opgebouwde frustratie en agressie eruit te kunnen trappen. Spraakmakers daarentegen die op loopafstand woonden en tot wederzijds tevredenheid hogelijk om hun aangepaste leegloop werden gewaardeerd wisten het voor elkaar te krijgen om een ondergrondse auto-parkeerplaats te bemachtigen. Building-in-use onder­zoek, pootver­len­gers en beveiliging tegen omval­lingen brachten intussen geen uitkomst omdat niet duidelijk was wat eigenlijk met dit vakjargon werd bedoeld.

     Een nieuwe huisstijl diende het aanzien van BZ te verbeteren. Bedoeld was om met het eigen vignet, uitgevoerd als een gids­fos­siel, de ruggengraat van het apparaat te rechten. De departementsleiding wilde er een symbool van veiligh­eid, thuis, vertrouwenwekkendheid en emotionele band in zien. Daar hoorde ook een verantwoorde letterkeuze bij, die een "klassieke internationale uitstraling" zou verraden en in plaats van "naar binnen gericht" het mini­sterie bin­nenstebuiten zou keren. Geen weldenkend mens dat er erg in had.

     Het enige genoten externe vertrouwen gold de sanitaire voorzieningen. De 'Dames' en 'Heren' op het departement waren enige tijd onbetwist de optisch schoonste in het land. Naar verluidt werden de toiletten er driemaal daags gepoetst, zodat van her en der meeliftende darmbacteriën zo min mogelijk vat kregen op de nabuur. Dat zal mede reden zijn geweest dat een gewaardeerde collega, na ruzie met zijn vrouw, bijna vier maanden lang gerust in het gebouw kon bivak­keren. Natje en droogje op z`n tijd. Slaap­plaats op de rustbank in het damestoilet, televisie kijken in de voor­lichtings­burelen. Wasserij buiten de deur. Reservekostuums en onder­goed in de afsluit­bare hang­kast op z`n eigen kamer. Alles bij de hand, en geen mens die het - naast de echt­genote - ooit heeft gemerkt. Een tweede woning voor de productieve jaren. Een illusoir onderkomen voor werkzekerheid en motivatie. Wat heet Buitenlandse Zaken. 

 ----

 

==

Peyton op 25-03-2014 10:10: 
Thank you for the sensible critique. Me & my cousin were just preparing to do some research on this. We grabbed a book from our area library but I think I learned better from this post. I’m very glad to see such fantastic information being shared freely out there…

kaatje wharton op 31-07-2010 12:24 via, http://chalkpoetry.blogspot.com/ :
tot bij jou geraakt, leuke blog
krijt je jouw commentaar eens voor ons dan krijgt die zijn eigen plaatske?
dank je
ik kom hier zeker terug
kaatje.

 

<<<<<<<>>>>>>>>  <<<<<>>>>>

 

 


                                   XOXOXOXOXOXOXO

 

Laatste tweets
kwasi gedateerde dadaden

 

Contact: hedelepe@kpnmail.nl

Week 17: 

De billentikker zit er weer aan (te komen).                                                                 

 

Donderdag 26/4:

~  Een doorsneeavondspits is doorgaans uiterst gemeen goed.

 

Zijn aanbeland

op het verloren Griend

van dol fijn Ameland

deugt van geen kant

want

scherp zand

plant

geen

ant

woord

van verstand

voor de boeman van Bomans

Texel zou het moeten zijn

volgena Wolkers zaliger

op z’n best

tenminste

would be dolfijn

in zijn blote reet.


Woensdag 25/4:

~  Het blijft de  vraag in hoeverre het ABN kut uitsluitend als kut beschouwt.

 

Met mijn geredeneer

genereer

ik keer op keer

zonder meer

afkeer

waarvoor ik me geneer

daar was ie weer

dank u zeer.

 

Wat van mijn part god is geheten

vloekt naar zijn beste geweten

de roe tot voodoo

moekoe wordt doodmoe

waarvoor je moet hebben gezeten

gespeten gespleten..zweten peentjes gescheten

vbvbvbbvbv

v

en dat had ‘t zelf kunnen weten

krijg daarom nou gauw de neten.


Dinsdag 24/4:

~  Wie durft te bevestigen dat grosso modo de meerderheid van kiezers gedoemd is het eigenbelang en dat van het collectief verkeerd te beoordelen.

 

Ook al heeft dat nooit willen deugen

het zal je goddorie dan heugen

blijf buiten kijf van mijn lijf

anders wordt het plankstijf

de illusie regeert toch de leugen.

 

Op ‘t eiland genaamd Tiengemeten

zijn negen geboden vergeten

met heel veel gedoe

maar wat doet dat ertoe

een kind zou zoiets kunnen weten.


Maandag 23/4:

~  Nightwriters zijn opgefokte dagdromers.                                                                           

 

Oxidatie lijkt me enig

onvervangbaar

vervagend

ontkleurd

bezeerd

en het neemt nog wel zuurstof tot zich

om overlevingskansen te vergroten

voorbeeldige omkeertendens

van vergankelijkheid

toch maar wat meer koolstofbinding

gedogen

dank voor de stank.


Zondag 22/4:

~  Score een stressje tegen je burn-aud.

 

 

Dankzij anonimiteit

mijn andere identiteit

kan ik me veel beter kwijt

alle tijd

bevrijd

van haat en nijd

gewenste autoriteit

grote meid

lijdt

niet onder  luciditeit

wapenfeit

daaraan schijt

verblijdt

kwaliteit?

 

 

Zaterdag 21/4:

~  Alles klinkt mooier dan in het concertgebouw. 

 

Grachtengordelroos

is roos in haarhoofdstad

roossescheur in schijnmaan

waterig opgelost

met een luchtje eraan

in het hart geschoten

doelend op een subcultuur

van opperste armzaligheid

geroosterd;

 

De cultuurschok was alras

goois matras

versus de

grachtengordel te onpas.

 

Vrijdag 20/4:

~  De wereldkampioenschappen zakdoekjeleggen zijn wegens een huilpandemie afgelast.                                                                                                                                

 

De vrolijkste frans van Symptcoma

die grijpt onbetwist naar zijn cola

alsof dat zoetgoed

hem geen kwaad meer aan doet

want hij lapt dat gewoon  aan zijn hola.


 

===