boekenopener voor probaat schrijfwerk
Ziehier de sinds 2009 dagelijks aangepaste telaat-ironische internetpost van scribent revers locker.
feuilleton

In deze linkerkolom wordt wekelijks een vervolghoofdstuk geplaatst  van revers locker's recente e-(mail)roman 'Over die schreef' . Voor korte samenvattingen van mijn zes e-(mail)romans en ander werk: klik op Categorieën en vervolgens op Voorpagina. Zie elders op Internet voor meer werk en/of persoonlijke info.

 

Aflevering 33:  

 

 

29.

 

Apatisch ging Rita de mallemolen van het medisch onderzoek in. Het gesloten specialistencircuit. In de routine van loslippige verpleegkundigen die genoten van vastklampende wanhopigen. Vertragingen en verhul­lingen. Overgeleverd aan te grote wachtlijsten en te weinig geschikte accommodatie. Wachtkamers vol kwetterende al­loch­tonen op familiesterkte die zonder te betalen een voorkeursbehandel­ing genoten ‘omdat ze anders stampij maakten over beweerde achterstellingen’( zo beweerde Jasper). ‘Laat ze  maar een beetje. Ze lijden meestal wel aan de vreselijkste ziekten waaraan in hun land van herkomst niets viel te doen’ wist Dirk.

Rita liet zich van de dap­pere en begrijpende kant zien toen ze werd geconfronteerd met de gotspe van politiek correct gedrag dat specialisten en verplegend personeel vertonen tegenover dreigende illegalen. Ze begreep ook wel dat dit diende ter voorkoming van een niet tijdig ingeleverd fileermes in hun rug omdat ze niet overtuigend genoeg hadden geheuld met het informele gedoogsysteem.

Jasper sprak van ‘een wak van onwaarachtig positieve dis­criminatie. Deze immigranten zijn veelal criminelen die als toch al bevoorrechte slimmeriken hun achterblijvende kansarme landgenoten in diepe ellende laten zitten. Met hun opdringerige achterban naderen ze ongehinderd brutaal en famille tot vlak voor intensive care. Als excuus wordt aangedragen dat de hier van onterechte uitkeringen en zwart werk dubbel profiterende ongenode gasten in hun geboorteland gewend zijn om alleen zo te worden gehoorzaamd. Aanpassing moet in onze veelkleurige samenleving uitsluitend van het wegkijkende autochtonenfront komen. Het leidt ­tot aanvechtbare prioriteiten, en in Rita’s geval zelfs tot aanwijsbare plichtverzaking.’

Een normverandering die de samenlev­ing flexibel en waakzaam houdt? Dirk haalde zijn schouders erover op.

De knoeipartijen met clisma`s, papjes en zetpillen tijdens de observatie in het ziekenhuis en de onsmakelijke verhalen van en over medepatiënten ­maakten Rita nog zieker. Ze wilde als lopend patiënt huis worden verpleegd, maar kreeg te horen dat eerst moest vaststaan wat ze precies mankeerde en wat het medische ‘team’ uit­eindelijk met haar van plan was.

Na twee weken aan de lijn te zijn gehouden had ze tenslotte de alarmerende boodschap te horen gekregen dat ze darmkanker in een vergevorderd stadium met uit­zaaiingen in het bot had. Ze mocht uiteindelijk na veel aandrang een dag naar huis om spullen op te halen en dingen te regelen. Na de schokkende mededeling maakte ze een afwezige indruk. Schuifelend stak ze komend uit het W.Einde-ziekenhuis onvoorzicht­ig over. Jasper, die haar ophaalde omdat de te laat ingelichte Dirk een cursus in Utrecht volgde had haar even alleen gelaten om een taxi te regelen. Zich omdraaiend zag hij nog net dat Rita door een hels claxonerende tram werd geschampt en tegen de grond smakte. Hij schrok zich rot.

Ze kwam er nog genadig af met een paar schrammen op handen en benen. Klaagde over haar rug. De bestuurder had haar uitgescholden: ‘..voor hetzelfde geld was je hartstikke dood geweest. Wat doe je me aan stom wijf.’

Rita gaf in de taxi de details van het slechte bericht zonder omwegen door aan Jasper. Hij legde zijn hand op haar schouder en wist niets uit te brengen.

Ze huilde. ‘En ik dacht nog wel dat het vooral een mannenkwaal was. Ik had me geregeld op borstkanker en het risicogedoe met m’n baarmoederhals laten onderzoeken. Maar nu dit. Of het in de familie zit vroegen ze. Wat moet ik daar nou mee. Wat schiet ik er mee op?’

De ambivalentie vierde ook bij Jasper hoogtij. Terwijl hij bemoedigend over haar rug streek kon hij de plezierige gedachte niet van zich afzetten dat de natuur een handje hielp in de vorm van dit afscheidsgeschenk. Uiterlijk blaakte hij van begrip en medelijden. Merkwaardig genoeg meende hij het nog ook. Maar in­nerlijk woelde een tevreden gevoel van geluk en dankbaarheid. Hij hoefde geen risico te lopen om van haar af te komen. Het ging vanzelf dankzij de effecieve hulp van een onkwetsbare bondgenoot. Gered door de gong.

Dirk dacht er hetzelfde over­.

‘Maar we gaan voorlopig gewoon door hoor met elkaar. Ze geven me als het een beetje meezit nog wel een paar jaar’ was het al gauw hervonden optimistische toontje van Rita. ‘Aan een operatie al of niet in combinatie met chemotherapie en bestraling ontkom ik niet en een stoma zit er ook duidelijk in, maar van zo`n zijuit­gang merk je tegenwoor­dig praktisch niets, is me verteld. Aan de gang blijven is de beste therapie, wordt al­tijd gezegd. Mij krijgen ze zo gauw niet klein. Ik ben nog niet toe aan het gedrag van zich vervelende gestudeerde nuffen van boven de vijftig. Keurige dames die er zo nodig een aantal makkelijke graden bij moeten fokken in rechten, cultuur, talen of geschiedenis. Niks voor mij. Ik vecht het op straat uit.’ 

Al snel doorspekte zij haar taaltje als van ouds weer met de nodige cliché’s als ‘ een x aantal’, ‘-tig’ en het aanpalende ‘van geen meter’. ‘ O ja jôh?’ klonk het opnieuw om de haverklap. Om zo te laten zien dat ze niet kapot was te krijgen. Zonnige, dulle Rita.

Haar ellende bracht Dirk en Jasper dichter bij elkaar. Zij spraken over ondersteuning en begeleiding. De mannen beloofden elkaar af te zullen wisselen en zoveel mogelijk bij haar te zijn. Zonder een spoor van afgunst of jaloezie. Toegewijd dienend en opbeurend tot het onvermijdelijke einde. Het vooruit­zicht van haar spon­tane en toch nog vrij snelle dood - daar­van waren ze beiden overtuigd - gaf beiden rust, en nieuwe energie om de ongelijke strijd tegen het noodlot gedrieën aan te kun­nen.

Rita onderging de mannenzorg met gemengde gevoelens. Ze wilde niet overgeleverd zijn aan ‘broederlijke barmhar­tigh­eid’. Ze herhaalde voortdurend dat ze zoveel medeleven niet had verdiend.

‘Jullie toewijding is heerlijk, maar is het niet teveel van het goede? Intensieve stervensbegeleiding kun je beter tot het laatste moment bewaren. Jul­lie kunnen nog zoveel leuke andere dingen doen apart of samen. Laat mij hier maar een beetje liggen suffen en nadenken over de vragen van leven en dood. Ik kom er wel doorheen.’

Het duurde drie weken voordat zij werd geöp­ereerd. Er waren tegengestelde berichten over haar toestand. Ze kreeg van de ene specialist alsmaar te horen dat er ‘niets acuut kwaadaa­r­digs’ aan de hand was en van de andere dat er nog niets over kon worden gezegd. 

Onderzoeksresultaten bleken te zijn verwisseld (toevallig waren twee achternaamgenoten eveneens in be­handeling; de geboortedata waren niet gecheckt) of even niet beschikbaar ‘omdat het systeem overbelast was’. Jasper merkte schamper op dat er ten onrechte een hoogleraar emotiepsychologie, noodhulp annex diagnos­tiek en communicatie aan het medische begeleidingsteam was onttrok­ken. Rita vulde aan: ‘Je vergeet de beddeneconoom en de pis­kijker.’Zij hield de schijn op van spitsvondigheid. Het aftakelingsproces vrat door in haar lichaam. Haar geest gaf het nog lang niet op.

Nadat Jasper en Dirk hadden bezworen dat ze de begeleiding met wat thuiszorg-hulp goed aan konden mocht ze tien dagen later voor­goed naar huis, ontdaan van een flink stuk endeldarm en eierstok­ken, maar wel voor­zien van een stoma.

‘Zo gaat het. Je raakt wat kwijt maar je krijgt er ook iets bij. Ik hoorde dat het eerste kunstmatige poepgat in Parijs werd aangebracht in 1700. De medische stand zou dus zo langzamerhand de handig­h­eid moeten hebben ontwik­keld om het goed te doen. Ik geloof er wel in’ verklaarde Rita om zichzelf moed in te praten.

Mensonterende be­stralingssessies en chemotherapie volgden spoe­dig daarop. Heel snel werd ermee gestopt op nadruk­kelijk verzoek van Rita. Ze kon het geknoei niet aan zei ze. Ze voelde zich alleen maar zieker worden door de in­grijpende be­handel­ing.

Een bijkomende complicatie, veroorzaakt door een fistel, maakte het naderende einde tot een hel. Ze leed ondragelijke pijn, bleef con­stant over­geven en kreeg afschuwelijke zweren door het verzwakken van het afweersysteem. Ze raakte zoals verwacht haar haren grotendeels kwijt. Haar lichaam zat onder de pukkels.

Alleen een physiotherapeut kon voor een beetje verlicht­ing zorgdragen. Voor verdere verzacht­ing was ze op de mor­finespuit aangewezen. Haar weerstand was praktisch tot nul gereduceerd.

Snel teerde zij weg. Dirk en Jasper herkenden haar ingevallen gezicht soms nauwelijks meer als ze haar gebitsprothese had uitgedaan omdat ze de druk ervan in haar mond slecht kon verdragen.

Haar zelfanalyse ‘Ik afgetakeld oud wijf, vind je niet’ werd door beiden weggelachen. Dirk begon weer als vanouds zijn gekke kwinkslagen uit te kramen. Verzoenend, voorkomend en vol wroeging over zijn falend gedrag en onbegrip. Dit had zij niet verdiend. Stom mens. Kinderlijk mormel. Hulpbehoevend secreet.

Aan de buitenkant, maar ook in hun hart bleven Jasper en Dirk gelijk op de situatie reageren. Deden beiden hun uiterste best  het beste ervan te maken. Anders dan het op­pervlak­kige geneuzel van vage kennissen die incidenteel kwamen op­dagen en in hun valse dierbaarheid zo hard fluisterden dat Rita het kon horen: ‘..Het kan toch niet waar zijn, en dat in de kracht van haar leven. Ze geeft het nog niet op. Ze is er nog niet klaar mee.’ Dezelfde kennissen kletsten kritisch over haar toestand en debiteerden verkeerd begrepen termen als waren zij medische experts. Zij maakten zich boos over ‘te weinig handen aan het bed’ en wisten alles beter dan ‘ de falende formele diagnostiek’. Roddelden en bevalen van horen zeggen alternatieve behandelingen, ziekenhuizen en artsen aan. Scholden op de toenemende non­chalance van onderbetaalde verpleegkundigen.

Dirk wist daar een eenvoudige verklaring voor: de in toenemende mate politiek gevergde zelfzorg leidt tot opstand en verwaarlozing. Grote schoonmaak onder kneusjes. Dat ruimt lekker op in dit overvolle land. Dankbare kopij voor pulpbladen. Als er dan toch te weinig zorggeld wordt vrijgemaakt en de zaak stuk loopt dan valt er ­voor de slimmen nog wel ergens wat te claimen volgens dezelfde tijdgeest van verloedering.

Ze wisten nergens van, die kennissen, en kletsten maar wat uit hun nek in wetenschap­pelijk klinkende termen, die ze had­den opgevangen uit populaire televisieseries over ziekenhuizen: misselijk makende beelden van bloederige modeloperaties, die door een geruststellend keuvelende namaakchirurg uit de losse pols leken te worden uitgevoerd. Met mil­joenen tegelijk keek het oververwende publiek via de tv-came­ra griezelend in doodzieke lichamen. Benoemde wonderbaarlijke genezingen. Nam ongegeneerd deel aan be­sprekingen­ in evaluatiefora over het zoveelste bij­zondere voorbeeld van privé-leed van onbekende derden die even tot volkshelden worden. ‘Arm mens, moet je zien. Dat is af­zien zeg. Lekker hoor. Het kan jezelf overkomen.’ Weg met de ‘privacy’. De algemeen verheerlijkte digitale Big Brother legt dat zichzelf op.

Dat ervoer ook Rita. Ze excuseerde zich. ‘Ik weet het. Ik stink als de hel. Sorry hoor, maar ik kan het niet meer in­houden. Gooi alsjeblieft het raam wagenwijd open dan krijgen we nog wat frisse lucht en contact met de buitenwereld. Of nog beter: hoepel maar op tot over een paar uur. Ik heb er nu even geen zin in. Laat me maar snuiven aan een dotje 4711.’

Droe­vig keek ze de andere kant uit. Haar onzeker trillende handen tastten naar een glas. Naast een strookje astronautenvoer ­was water vrijwel het enige dat ze nog kon verdragen. Zij knoeide en vloekte hardgron­dig.

Haar wereldje werd teruggebracht tot tv-beelden aan het voeteneind. ‘Ik kan zo zien wat er op de aardbol gebeurt, maar ik ben niet meer in staat om te controleren of mijn schommelstoel in de huis­kamer nog wel op z`n plaats staat’ klaagde ze. ‘Ik weet niet meer wat lopen is.’

Ze was in­middels te slap en te zwak om naar een stoel te worden gedragen. Ze kon niet meer alleen op de stoelpo. Haar geteisterde ­lijf hing als gft-afval in een rimpelig vel.

Dirk probeerde af en toe met morbide grappen haar weerstand uit te dagen: ‘Waarom kijk je toch naar die rot-soaps. Je maakt de afloop ervan toch niet meer mee.’

Op zulke momenten reageerde zij tegen wil en dank even cynis­ch als alert. ‘Daar zeg je wat. Zo kan ie wel weer even. Stuur de videobanden me dan maar achterna.’

‘Zo ken ik je weer’ moedigde Dirk haar verder aan, maar ze was het de volgende minuten al weer vergeten. Haar korte geheugen leed onder de morfine. Bezig met zichzelf en de pijn. Piekerend over wat ze achter zou laten en de vele missers die ze nooit recht had kunnen breien.

Haar versnelde lichamelijke aftakeling ging door medicijngebruik gepaard met geestelijke veranderingen. Sterke en snelle wisselingen in stemmingen. Onvoorspelbare grilligheid en willekeur had­den greep op haar gekregen. Nog afgezien van de wartaal die zij af en toe uitsloeg kon zij soms op slag onredelijk en snibbig op alles reageren om dan geheel onverwacht even te vervallen in lacherigheid. Op schaarse momenten was zij één en al zachtmoedig begrip en uiterst bezorgd voor de aanstaande over­blijvers.

Korte hysterische huil­buien en langdurige perioden van zwijgzaamheid maakten plaats voor onafgebroken gekwek over vroeger en straks. Dat laatste maakte de anderen, maar vooral haarzelf dood­moe. Ze viel dan weer weg als in een bijna-coma en was voor­lopig niet aanspreekbaar. Maar tot verbazing van Dirk en Jasper begon daarna het ritueel in aangepaste volgorde opnieuw. Haar toenemende zwakte liet opzitten niet meer toe. Zij kon zich op den duur ook nog maar met moeite optrekken aan de papagaaienstang. Getergd klaagde ze over onbenul­lige dingen. Hallucineerde af en toe.

‘Ik kan niet eens meer zien of de vloer wel schoon is’ en ‘Nee ik wil helemaal geen rolstoel. Dan voel ik me nog meer geïsoleerd en bekeken. Moet je die blikken zien.’

Paniekerig wilde ze er niet aan dat ze nooit die machtige eeuwenoude beuk in Clingendael meer zou zien. ‘Ook die over­leeft me nog of all people. Ik voel iedere dag de dood verder in mij kruipen. Gisteravond had ik zo genoeg van mijn zieke lijf dat ik drie extra pillen heb genomen om weg te kunnen zakken in een definitieve slaap. Alles vergeten. Ik wilde op dat moment ook niemand ooit meer zien. Ook jullie niet’ bekende ze. Dat was op­nieuw schrik­ken voor Dirk en Jasper. Halfbewust hervatte ze haar monoloog over de prettige dingen van vroeger.

‘Als het een beetje kan wil ik een menswaardig einde’ zei ze plotseling, en probeerde meteen in het wild van alles te regelen.

Gedrogeerd haalde ze dingen pijn­lijk door elkaar. Hoe ook met verve gebracht en over­tuigend klinkend, vertelde ze gevaarlijke halve waarheden, uit z’n verband gerukt en verkeerd gedateerd. Macabere onthulingen over zaken die haar nooit waren over­komen. Onterechte beschuldigingen ook. Haar toestand in aanmerking nemend vergaven de mannen direct alles.

Bij vlagen leek de creatieve kant van haar geest nog intact. Dan droeg ze schijnbaar onvermoeibaar ideetjes voor Jasper aan. Bedacht ze wat er na haar dood met Dirk moest gebeuren.

‘Ik kwebbel veel minder hè de laatste tijd’ constateerde ze triomfantelijk. En ze voegde er sussend aan toe: ‘Lekker rustig voor jullie niet waar. Ik heb het nooit willen aannemen, maar nu overkomt mezelf ook dat ik op mijn sterfbed lig te piekeren over wat er daarna met me gebeurt. Veilig in Jezus armen zingt het af en toe in me. Maar meteen daarop word ik weer opstandig en komen er godslasterlijke gedachten in me op die naar christelijke opvatting me rechtstreeks de verdommenis in helpen. Zoals de vraag of - als ik straks ueberhaupt boven arriveer - god’s zoon aldaar als Jezus C. of de heer J. Christus bekend staat. Ik troost me dan maar weer met de grootste waarschijnlijkheid dat mijn geest meesterft.’

Dirk’s mondhoeken trilden.

Toen eenmaal haar heiligbeen begon weg te teren en ze permanent verging van de pijn besloot het medisch team tot wat inmiddels onder ‘geor­ganiseerde pijnbestrijding’ werd begrepen. Alsof dat iets nieuws was. In het ziekenhuis werd ze via haar ruggemerg op een ingewikkelde mor­finedosering aangesloten. Het systeem kon in noodgevallen door haar zelf worden bediend, maar een verpleegkundige zou bij Rita thuis de dosering in de gaten moeten houden om in overleg op verantwoorde wijze de voorraad morfine te verbruiken.

De ethische gifmenger deed zich voor als de geruststelling zelve. ‘Kijk eens mevrouw. U kunt nu zelf uw “pufjes” toedienen als u het te kwaad hebt. U kunt daardoor wel eens wat trager en suffer worden maar dat geeft niets. Dat hoort er allemaal bij. Hoofdzaak is dat u niets vervelends meer hoeft te voelen. Mensen hoeven echt geen pijn te lijden tegenwoordig. Daar kan van alles aan worden gedaan.’ Alsof een halve gare moest worden gesust. En alsof de dubieuze factor menswaardigheid echt serieus wordt genomen.

De brave huisarts vond alles best. Hij zat punctueel zijn visite uit zonder iets te kunnen toevoegen.

Het ging wèl mis: de morfine-toevoer bleek te lekken ondanks allerlei eerdere verzekeringen van de medische stand. Af en toe kreeg Rita helemaal niets binnen en som­s lag ze er helemaal plat gespoten bij omdat in toepasselijk verhullend taalgebruik ‘de techniek ons even in de steek had gelaten.’ Krimpend van de pijn ging zij terug naar het ziekenhuis voor spoedopname. Twee dagen lang had ze niets bin­nen kunnen houden. Een perkament profieltje was overgebleven.

‘Dat mens zeurt. Wil alleen maar aandacht’ had het personeel bij herhaling­ gefluisterd, zonder de moeite te nemen de oorzaak serieus te onderzoeken.

Zonder ex­cuus werd de schade hersteld. Rita liep er wel een gemeen virus bij op, dat een verder verzwak­kende antibiotica kuur nodig maakte. Ondanks gedram van de afdelingsarts wilde de ligtaxichauffeur en zelfs de ziekenautobemanning haar eerst niet naar huis terug vervoeren omdat ze veel te ‘slecht’ was geworden. Verantwoordelijkheid en dreigende schadeclaims werden op de spits gedreven: ‘Straks krijgen wíj de schuld als het mis gaat. Nee, u wordt feestelijk bedankt.’

Rita mocht nog twee dagen “op zaal” blijven. Dat gaf h.h. medici mooi de gelegenheid om, zonder overleg met haar, ‘uit voor­zorg en ter voorkoming van verdere uitstral­ing van de pijn’ via een achteloze in­greep een aan­tal zenuwen voor goed uit te schakelen. Staan werd voor haar verder onmogelijk. Maar dat ging toch al niet meer. Het personeel zei er niets over tegen Dirk, die er pas later door een verspreking achterkwam. Bij navraag bleef hij op een muur van betweterige medicijnmannenarrogantie stoten.

Wonderlijk genoeg brak een korte periode aan van schijn-herstel. Rita leefde op. Nam weer gewoon licht voedsel tot zich en slikte dapper haar medicijnen zonder aan extra “pufjes” te hoeven denken. De pijn was niet helemaal weg, maar dankzij haar sterke wil en spartaanse inslag kon zij Dirk en Jasper haar klaagzangen besparen.

Ze dronk braaf de voorgeschreven slokjes water. ‘Wees maar gerust. Ik droog niet uit. Ik let zelf ook wel op. I don`t get stuck in the mud in the same life..

Een volgende periode van verval kondigde zich snel aan. Ze gleed weg in apathie, vaagheden en herhalingen. Haar ingevallen gezicht leek dat van een oude vrouw. Haar diepliggende ogen, haar uitgevallen witte hoofdhaar, gaven haar een spookach­tig  transparant uiterlijk. Een restje bruine tanden in weggetrok­ken tandvlees maakten haar aanzien luguber.

‘Ik wilde me altijd onmisbaar maken voor jullie, maar nu ben ik alleen nog maar een lastpost. Ik heb me ermee verzoend dat ik eruit stap’ klonk het onverwacht.

Maar Dirk en Jasper wilden daar nog niet aan. Zij hadden geen haast. Zij geloofden haar ook niet.

Dan keuvelden ze maar onbenullig. Ouwehoerden over politiek om maar iets te zeggen. Gaven af op het steeds vaster zittend verkeer. De leegte en stilte vullend met ruis. Zij hielden zich nog uitsluitend bezig met het afleiden van hun aandacht.

Een beetje zinnige conversatie kwam nog van haar kant: ‘Ik houd van uit­zicht op een weelderig glooiend open landschap. Om bij af­wisseling te kunnen genieten van uitstaren overzee. Mooi gegeven om te gebruiken Jasper. En Dirk, herinner je nog onze eerste zeillessen? Ik ben nu het killend lijk. Jullie afgetakelde ma’tje van twee maatjes. Hoe vind je die?’

De hint werd begrepen. Haar kussens werden in haar rug geduwd, zodat ze de straat in kon kijken. Ze zag direct weer van alles.

‘Moet je nu zien. Die brommer heeft een Hollandse soldatenhelm op van vóór de oorlog. Zo`n ding heb ik ook nog gehad.’

De medische stand bleef ook in het eindstadium liegen en zich tegenspreken over de afloop en de beste behandeling. Hoe lang het nog kon duren. Men wist het gewoon niet.

Al heel snel had Rita geen kracht meer om dingen te bedenken. Te vechten. Ze had zich neergelegd bij de gedachte dat het hoe dan ook een kwestie van niet meer dan een paar maanden zou zijn. Ze maakte geen plannen meer voor zichzelf maar wel voor de mannen.

De onpasselijk makende stank was er vrijwel permanent. Haar  doorgelegen onderlichaam was een chaotische massa.

Verschonen hielp maar even. De man­nen kwamen niet verder meer dan daarbij opmerkingen te maken in de trant van: ‘Dapper meisje; het valt allemaal best mee. Ga maar lekker slapen kind.’

‘ Kom zeg. Kan ie niet een beetje minder terminaal aa uw bee? Een deken eroverheen en een guts 4711 doen wonderen’ grapte ze even helder. Later, als ze dat bij uit­zonder­ing nog in de gaten had, vroeg ze weer om alleen gelaten te worden en het raam open te zetten. Ze was er in-verdrietig onder en boos op zichzelf dat ze alles liet lopen: ‘Nee hè. Niet opnieuw. Ik ga zelf ook over m`n nek. Maar ik merk er straks gelukkig niets meer van.’

Luisteren naar het voorlezen van Dirk en vooral van Jasper, suf­fen, soms iets verwards zeggen. De avonden zaten de mannen samen zwijgend aan haar bed.

Door de medicijnen die in toenemende variatie en mate elkaar tegenwerkten of effecten ophieven, en de steeds groter wordende doses om ongewenste symptomen te bestrijden, haar weg te laten ebben, leek haar geestelijke aftakeling sneller te gaan dan de lichamelijke.

Alleen op willekeurige momenten was ze even helder; zelf visionair soms. Omdat Dirk en Jasper gedoemd waren om onmachtig en vrijwel zonder doel aan haar bed te zitten schenen hen haar laatste maanden eindeloos.

Jasper zwoegde in deze periode vier avonden aan een vruchteloze epische poging die hij de werktitel “Opstel of opzet” meegaf. Hij liet zijn informante het epistel niet meer lezen omdat  hij niet tevreden was over aan de uitzonderlijke vorm  die hem eerder juist zo origineel leek.

‘ Ingezonden brief aan BeZet,

  het wereldwijde orgaan

  voor buitenlandse zaken

  annex  schildknapen:

Lieve mensen,

Duurzaamheid is een verrekbaar begrip. Dat valt ook op te maken uit het gratis magazine  IS. Een glossy die met een oplage van om en nabij de 120.000  voor honderd percent  wordt gefinancierd door uw departement  onder het betrekkelijk streven Duurzame Ontwikkeling en internationale samenwerking uit te dragen. De hoofdredacteur van het blad weigert  met gedoogsteun van het gelijknamige NCDObestuur een aantal beledigende missers in een jubileumuitgave over de ontstaansgeschiedenis van zijn tijdschrift  recht te zetten. Zo roemt hij iemand als eerste professionele medewerker van het blad, die deze eer niet toekomt. Meer dan een handjevol collega’s, van wie Jan F.A.Boer ( ooit chef nieuwsdienst van Het Parool) de eerste was, ging deze persoon eind jaren zestig voor.  In hetzelfde nummer van het periodiek wordt ook een verkeerd  beginjaar genoemd. Er wordt daarbij voorbijgegaan aan het feit dat er aanvankelijk twee verschijningsvormen van het blad waren voor verschillende doelgroepen. IS van nu vindt ongemotiveerd het ene blad ‘niet journalistiek’.  Kullekoek over bemoeienissen van oud-minister Udink wordt in het hoofdredactionele artikel gepaard aan de onterechte vaststelling dat deze CHU-bewindsman de eerste minister voor OS zou zijn geweest. In werkelijkheid was dat Theo Bot. Onkundige uitlatingen over de inhoud van de vroegste IS-uitgaven  worden en passant gelardeerd met denigrerende wartaal over de kwaliteit van het weerbarstige werk  bij het begin van IS. Een beetje journalist kan na  bronnenonderzoek de moedwillige geschiedvervalsing zo doorprikken. Helaas is er geen Willem Frederik Hermans meer die ernaar taalt..

Deze  ingepolderde agitprop met fascistoïde trekjes doet denken aan de start van de eenmaal geparticulariseerde NC(VB)O-staf  in het begin van de jaren zeventig. In de pas met de toenmalige kwasilinkse trend werd deze staf  opgezadeld met verplicht geloof in agogische aktiebevangenheid, waardoor de vermeend bewust geworden achterban in de waan werd gehouden van vooruitgang.  Het blazoen van de genetisch van NCO tot NCDO gemodificeerde nationale instelling werd ge-upgrade  met verduurzaming, en geïnternationaliseerd. Voorlichting en bewustwording was niet langer het devies. De goedbedoelende geest van ontwikkelingssamenwerking  is gespleten. Derde Wereld-toestanden.

Een betere wereld begint bij wie ook weer. En hoe wordt de argeloze lezer - maar vooral de noodlijdende onderlaag ver van je bed -  hier wijzer/beter van? Het zou rechtvaardig zijn en getuigen van werkelijke solidariteit  indien de zich toch al betrokken veronderstellende IS-smullers massaal hun abonnement opzeggen op voorwaarde dat de overheid het alsdan vrijkomende bedrag rechtstreeks en daadwerkelijk beschikbaar  stelt voor armste groepen van de wereldbevolking..

Beterschap!’

Uiteindelijk zette Jasper ook deze provocatie onderaan op zijn wachtlijst.


==


Peyton op 25-03-2014 10:10: 
Thank you for the sensible critique. Me & my cousin were just preparing to do some research on this. We grabbed a book from our area library but I think I learned better from this post. I’m very glad to see such fantastic information being shared freely out there…

kaatje wharton op 31-07-2010 12:24 via, http://chalkpoetry.blogspot.com/ :
tot bij jou geraakt, leuke blog
krijt je jouw commentaar eens voor ons dan krijgt die zijn eigen plaatske?
dank je
ik kom hier zeker terug
kaatje.

 

<<<<<<<>>>>>>>>  <<<<<>>>>> 


                                   XOXOXOXOXOXOXO

 


Laatste tweets
kwasi gedateerde dada

 

  

Contact: hedelepe@kpnmail.nl

 

Week  39:

De ware Republikein staat voor niets.

 

Dinsdag 25/9:

~ De verenigde schapen blaten zich dump.

 

Abacadrama

O Bahama

mantralala

waarvoor ik niet ga

is weldra

olala

heisa

positief ja ja ja

hoe ik erin sta

min alibaba

de eer toch tena

van blablabla

derhalve dada

voor hoer-c&hoer-a

rarara die heeft de bal.

 

Maandag 24/9:

~  De wereldkampioenschappen zakdoekjeleggen zijn wegens een huilpandemie afgelast.                           

 

Het land van hoop noch glorie

is nu uitzichtloos

binnen bereik

van noncommunicatie

geslacht of zonder geslacht

haalbaar

tot in de diepste porie

opgeschoond verloren

in uitpuilende leegte

oppervlakkig verbeeld  gebleekt

gebleken

ontdaan van observatie

ervan ondersteboven

ongeëvenaard

van de kaart

opweg terug naar

een nog hulplozer begin

zonder zin of gezin

deze of genen

verder gaan en komen we niet

dan dit eeuwigdurend rijk

van onbekende derden.


Zondag 23/9:

~  De Harry Wolkers zei het al: met leven houdt alles op.

 

Bestaan oproepen

tegen de grenzen van

zelfbewustzijn

bevestigen

manifesteren

en weergeven

inhoud opbrengen

ofwel

vergeefs

uiting geven daaraan

en in beweging brengen

pijnigen mij

in relatie tot derden

die barrière is geslecht

slecht voor de vorm begrensd

slechts voltrefferlijk begrensd

door een haag van

diffuus rolluikmateriaal

met verdicht uitzicht op uitsluitend

kunstmatig nabije horizon

van onvrede

o randfiguur.

 

Zaterdag 22/9:

~  Godsdienstoefeningen baren wederkerige kunststof.

  

Kom mee naar binnen al te gaar

want zoeken wij de piehiehierewaai

en horen daar de querulant

dan is mode weer aan kant

Jiebeljoha in ‘t verschiet (bis)

Jiebeljoha geeft alleen maar verdriet.

 

Er komt een nieuwe baan aan

Zo 1 met een banaan eraan

Een rondje aarde baan

Geen kunst meer aan

Zonder papaverse kijkers

Van verre…

 

Vrijdag 21/9:

~  Het zaad van de haat is bij het begin van het zelfbewustzijn al ontkiemd. 

 

Dit nu is de onzin

van de waanzin

in een  enkele volzin

zonder zin

geen zin in

tenzij met vreet-

of dubbelzin.

 

GEEN METAFOOR

GAAT/KAN

ER(zo) MEE (VAN)DOOR.

 

Stereotiep

hoor

zo’n stervende iep

in’t geniep

en wel in koor.


Donderdag 20/9:

~ Godsdienst bestaat niet. 

  

Geachte estheten,

Beste atleten,

Goed om te weten:

gehoord de profeten

is het aan bescheten

proleten

bij gemeten zweten

onder opengereten

boleten

om bezeten

zogeheten

kale neten

voor het daten

welkom te heten.

Ooit zo heet gegeten?


Woensdag 19/9:

~  Zie elders de zegen en kwel van de komkommertijd.

 

Uitgebreider versie:

Ja toen

genoot zij nog haar rantsoen

met Koen

rond noen

zonder fatsoen

met een tongzoen

voor dik poen

en een meloen

in het plantsoen

ziedaar mijn visioen

als kampioen

schoon ook met pensioen

een smet op haar blazoen

met mij zou ze dat nooit doen

nog  niet voor een miljoen

in het oranjepaviljoen

de statenloze kameroen.    

.


 


===