boekenopener voor probaat schrijfwerk
Ziehier de sinds 2009 dagelijks aangepaste laat-ironische internetpost van scribent revers locker.
feuilleton

 

In deze linkerkolom wordt wekelijks een vervolghoofdstuk geplaatst  van revers locker's recente e-(mail)roman 'Façades' . Voor korte samenvattingen van mijn zes e-(mail)romans en ander werk: klik op Categorieën en vervolgens op Voorpagina. Zie elders op Internet voor meer werk en/of persoonlijke info.


Aflevering 21:

 

21.

 

 

Het eerste geluid dat Connie tijdens het vervolg van Olof’s monoloog maakte was een droge snik. Dat was toen zij hoorde dat Jim het vaak over haar had gehad, en zelfs haar koosnaampje Brünhilde had verklapt.

Ze hoorde even niet meer wat er werd besproken en doolde in haar herinneringen. Totdat zij opnieuw werd opgeschrikt door Olof’s met schroom uitgesproken mededeling dat Jim al sinds jaren spoorloos was. 

‘Hij wilde gewoon weg van alles. Niets kon hem tegenhouden. Hij moest en zou naar Kent. Waarom mag god weten. Hij heeft het ons nooit willen of kunnen verklaren. Wij konden niet anders dan zijn wens respecteren, na alle redelijke pogingen om hem daarvan te weerhouden. Tenslotte was hij voor de wet handelingsbekwaam. Hij koos nadrukkelijk zelf voor deze vrijwillige verbanning. Ook onze huisarts, met wie hij toch een goede band had en die hem in de na-oorlogse periode zo goed dacht te begrijpen, was niet opgewassen tegen vader’s halsstarrigheid.

Het moet een combinatie van factoren zijn geweest, waarbij ook het ontslag bij de Canadese Ontwikkelingsorganisatie naast de dood van moeder ertoe leidden dat er op den duur geen land meer met hem te bezeilen viel.

 

Kun je je de schrik voorstellen toen hij op een gegeven moment zei: ik vertrek naar Kent. Dit moet het afscheid zijn. Ik heb de reis al geboekt en de spullen aan kant gedaan. Je hebt toegang tot mijn bankrekening als je dat zo uitkomt, voegde hij er nog lakoniek aan toe. We hebben daar nooit gebruik van gemaakt.

Die wurgende onwetendheid sindsdien. Niets meer van hem te horen. Hij reageerde nergens op. Het klinkt absurd. Je vader kwijt. U kunt zich niet voorstellen wat een pijn dat iedere keer doet. Nog. Wij konden hem niet vasthouden. We hebben in de loop van de jaren van alles geprobeerd om hem naar hier terug te halen. Hij was in de war. Hier werd hij liefderijk opgevangen. Ik vind het verschrikkelijk. En met mij de hele rest van de familie, vrienden en oud-collega’s met wie hij eerder toch zo’n goede relatie had gehad.

Het is een permanente nachtmerrie dat ik hem nooit meer heb kunnen traceren.. De ijdele hoop dat jullie telefoontje nieuws zou kunnen opleveren..’

Er viel een lange stilte. 

‘Wij vermoeden dat hij al een tijdje geleden is overleden,’ onthulde Olof even onverwachts als bij zijn eerste bruuske uitlating over de verdwijning van Jim. ‘Hoe verschrikkelijk dat ook klinkt; dat ligt nog het meest voor de hand. Neem zijn leeftijd. Zelf gezocht misschien, omdat hij het leven niet meer aankon na het overlijden van moeder. Ik val misschien in herhalingen omdat het me iedere keer zo aangrijpt, maar je moet begrijpen: het gaat om mijn váder.’

Olof zweeg opnieuw en staarde voor zich uit. Omdat hij onvoorbereid was geweest op deze unieke belangstelling had het hem kennelijk extra aangegrepen. Nog nooit was hij zo openhartig geweest. Het luchtte hem op, maar verdiepte ook zijn gevoel van machteloosheid en schaamte. 

‘Had ik meer kunnen of moeten doen? Ik weet het niet. Hij wilde onze hulp toch niet? Hij wilde niets meer van ons weten. Hij liet ook niets meer van zich horen. De breuk was onherstelbaar.’

Olof’s vrouw sloeg haar arm om hem heen. Aaide hem over zijn rug en mompelde dat hij zich niet hoefde verdedigen voor iets dat hemzelf was aangedaan.

Olof keek Connie strak aan en zei toonloos:

‘Vlak voor zijn vertrek had hij het merkwaardig genoeg over jou. Brünhilde noemde hij je inderdaad, en ook wel Flora of zo iets. Ja, zo is het geweest.’

Connie’s handen trilden. Jaap hield op zijn beurt zijn arm beschermend om haar heen. Verlegen met zijn houding. Hij mompelde dat hij grote waardering had voor Olof’s openheid hoewel ze toch vreemden waren. En dat er geen enkele aanleiding was om zich te schamen. In zijn plaats zou hij hetzelfde hebben gedaan.

 

Olof ging wat meer ontspannen door op Jim’s bezetenheid van de Kelten. De kinderen hoefden maar te vragen waar het nu weer over ging, en Jim was steeds losgebarsten in de meest opzienbare redeneringen over “die mysterieuze woestelingen.” ‘Kelten’, zei hij dan, ‘dat waren nog eens mensen uit één stuk. Jullie hebben er allemaal wat van meegekregen.’ En dan volgde er weer één of andere adembenemende anekdote. Met een raadgeving tot slot zoals: “Pas op jezelf. En als het niet anders kan let dan beter op de  anderen.” Wisten wij veel. Maar we hebben het steeds wel spannend gevonden.’

Jaap vroeg zich in stilte af wat er al die tijd in Jim was omgegaan. Was hij misschien dan helemaal gek geworden door de valse, door Olof alleen maar betwijfelde, beschuldiging van verkrachting en moord? Zat het wel goed met Olof? Laconiek en hard; was hij dàt geweest?

In een onbewaakt ogenblik had Olof en passant meegedeeld dat de oppervlakkige zucht naar hoffelijkheid en overdreven belangstelling voor anderen bij Jim soms groter had geleken dan de aandacht voor degenen die hem nabij waren: vrouw en gezin. Bij Jaap groeide de overtuiging dat Olof hem dat niet had vergeven.

Olof had een tijdje niet met hem kunnen praten. ‘Ik begreep hem niet,’ bekende Olof, ‘maar ik hoopte dat dat maar even zou duren en wachtte als puber vergeefs op een wonder, een  positief teken of zoiets. Maar dat bleef uit. Daarna heb ik nog het één en ander ondernomen om de band weer te herstellen. Hijzelf trouwens ook. Een tijdje leek het redelijk te gaan. Helemaal goed werd het niet.’

Jaap werd in zijn twijfel gesterkt door Olof’s bittere herhaling: ‘Begrijpen jullie dat nou? Wèg! Zo maar uit ons leven vertrokken. Hij nam alleen wat geld, kleren en een paar persoonlijke bezittingen mee. Waaronder een soort kruikje, dat hij van een Wehrmacht-officier had gekregen. Het enige wat hij zei was dat hij naar Engelenad terugging. Alsof hij nieuwe schoenen had gekocht die hij wilde inlopen. En dan onmiddellijk de daad bij het woord voegend en alles achterlatend. “Daar voel ik me thuis”. Hoe verzin je zoiets. Alleen omdat hij er ooit aan leger-oefeningen had deelgenomen onder zwaar Duits bombardement bij de voorbereidingen op de landing in Frankrijk?’

 

De ontmoeting ging over in een anti-climax. Uitwisselingen over ditjes en datjes. De reis, de bezigheden van Jaap en Connie, en de eigengereidheid van Quebec. Pogingen om aardig en vriendelijk voor elkaar te blijven. Olof’s mededeelzaamheid was uitgedoofd. Ze hadden elkaar eigenlijk niets meer te vertellen en voelden geen aantrekkingskracht.

Olof had allang spijt van zijn spontane uitingen en werd wrevelig over de begrijpende reactie van de bezoekers. De Conolly’s waren toch al niet gezegend met een boeiende conversatie-cultuur.

Hij hoopte de situatie weer meester te zijn door hen iets tastbaars mee te geven. Hij zocht koortsachtig in zijn geheugen om zijn voornemen te kunnen uitvoeren. En kwam tenslotte uit op een paar moralistische raadgevingen die Jim toen Olof achttien was geworden voor hem had opgeschreven.

Als in een opwelling zei Olof hen één van Jim’s in keurig schuinschrift geschreven opdrachten ter herinnering te willen schenken. Hij peuterde een gekreukeld papiertje uit een fotolijstje en legde dat op tafel. Connie las:

 

The past is not dead,

it is not even the past.

 

Helemaal van de kaart pakte ze het tekstje voorzichtig op. Ze keek Olof geroerd aan en bedankte hem.

Maar Jaap sputterde tegen. ‘Zoiets persoonlijks behoort u toch toe. Wilt u het niet voor uw kinderen bewaren?’

‘Beschouw het als een teken van verbondenheid,’ was Olof’s reactie. ‘Wij leven al zo lang met de onzekerheid. Jullie kennen de situatie nu. Ik dacht u er een plezier mee te kunnen doen.’

‘Maar natuurlijk stellen we dat erg op prijs,’ haastte Jaap zich te zeggen.

‘Voor zover ik weet zijn de regels van Faulkner. Vader noteerde het toen hij ons als kinderen voorhield “doe wel en zie niet om, anders vergaat het je net als neef Lot”. Het risico symbolisch in een bijbelse zoutpilaar te veranderen. Hij bedoelde dat voorkomen beter is dan genezen. Zulke associaties blijven je alijd bij. Hij was daar goed in.’

Connie knikte begrijpend.

‘We proberen alleen nog maar prettige dingen van hem te onthouden’, besloot Olof.

Jaap moest de gedachte aan een dialoog in een streekroman onderdrukken. Hij had de neiging erop los te gaan beuken.

Er werden adressen uitgewisseld om in geval van nieuws elkaar te kunnen bereiken. Ook werd nog even vergeefs geprobeerd eventuele wederzijdse bekenden te traceren. Een beleefdheidsfrase. Nee, Jaap en Connie konden echt niets voor de familie doen. Onzettend aardig aangeboden.

Ze spraken verder niets af. Er viel niets meer te zeggen. Na een vierde kop thee met zelfgemaakte cake, vertrok het Nederlandse tweetal.

 

Met een onwezenlijk gevoel van ontreddering keerden  Connie en Jaap terug naar het hotel. Doodmoe.

Het bezoek had alleen maar meer vragen opgeroepen.

Halsoverkop vertrokken zij de volgende ochtend naar het beginpunt en vlogen de dag daarna vervroegd terug naar Nederland.

Het liet Connie niet meer los. Ze zei dagen geen woord. Gedroeg zich moedeloos. Jaap wist er geen weg mee. Hij vroeg zich soms wrevelig af waarmee zij zich in godsnaam nog bemoeiden. Het was háár probleem toch niet? Dat gerommel in privé-zaken. Maar oké, Connie had nu eenmaal last van een overgevoelige snaar.

Hij besloot het dilemma opnieuw op een verstandelijke manier bij Connie aan te kaarten. Hij overtuigde haar dat er toch een opening te vinden moest zijn.

‘ Het heeft jou wel erg aangepakt meid. En zelf wil ik eerlijk gezegd ook wel weten hoe het zit en hoe het met die obsederende man staat. Ik ben er nu zó bij betrokken. Te gek dat die familie het er eigenlijk maar bij heeft laten zitten. Desnoods besteed ik er in m’n eentje een speurtocht in Kent aan. Het kan me niet schelen wat ik ervoor moet doen en hoe lang het duurt. Wat kost zo’n reis nu helemaal. Voor mij blijft het een uitdaging. En waar vind je zoiets nog in deze tijd?’

Connie gaf hem een aai over de wang. ‘Good boy. Dat je dat voor mij over hebt.’ Meer dan cliché’s kon ze niet opbrengen.

‘Je doet wat voor de jouwen of niet. Mag ik ook eens wat?’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Laat maar zitten.’

 

 

-0-

==

Peyton op 25-03-2014 10:10: 
Thank you for the sensible critique. Me & my cousin were just preparing to do some research on this. We grabbed a book from our area library but I think I learned better from this post. I’m very glad to see such fantastic information being shared freely out there…

kaatje wharton op 31-07-2010 12:24 via, http://chalkpoetry.blogspot.com/ :
tot bij jou geraakt, leuke blog
krijt je jouw commentaar eens voor ons dan krijgt die zijn eigen plaatske?
dank je
ik kom hier zeker terug
kaatje.

 

<<<<<<<>>>>>>>>  <<<<<>>>>>

 


 

                                   XOXOXOXOXOXOXO

 

Laatste tweets

 contact: hedelepe@kpnmail.nl.

 

Week 50: Wat hier staat doet niet terzake.

 

Maandag 11/12:

~   Joyce Cary’s ‘Mister Johnson’   hoort voor iedere ontwikkelingswerker verplichte lectuur te zijn.


Het land van hoop noch glorie

is nu uitzichtloos

binnen bereik

van noncommunicatie

geslacht of zonder geslacht

haalbaar

tot in de diepste porie

opgeschoond verloren

in uitpuilende leegte

oppervlakkig verbeeld  gebleekt

gebleken

ontdaan van observatie

ervan ondersteboven

ongeëvenaard

van de kaart

opweg terug naar

een nog hulplozer begin

zonder zin of gezin

deze of genen

verder gaan en komen we niet

dan dit eeuwigdurend rijk

van onbekende derden.


Zondag 10/12:

~   Dit weerkaatst oeverloos geëmmer van een dove pianolastemmer.

 

Abacadrama

O Bahama

mantralala

waarvoor ik niet ga

is weldra

olala

heisa

positief ja ja ja

hoe ik erin sta

min alibaba

de eer toch tena

van blablabla

derhalve dada

voor hoer-c&hoer-a

rarara die heeft de bal.


Zaterdag 9/12:

~  Onherbergzaamheid staat compleet voor niet opnieuw heuvelachtig gebrekkig onderdak.

 

Appen:

Rappend reppen

zippend zappen

klappend kleppen

koppend kappen

grijpend grappen

stommer stappen

tragisch trappen

gapend gappen

piepend aanpappen

vol lege mappen meppen

afknappen.


Vrijdag 8/12:

~   Cultuurrealisme heeft terecht de mythe van ontwikkelingssamenwerking tussen arm en rijk ten voordele van arm doorgeprikt.


Vrije titelaturen:

gelaagd door de print

geklaagd door de sint

geschraagd door de bint

geplaagd door de tint

gedaagd door de mint

gestaagd door de hint

geraagd door de spint

gezaagd door de plint

gevraagd door de vrind

gewaagd door de pint

gevlaagd door de flint

gekraagd dat het stinkt.


Donderdag 7/12:

~   De samenleving verzet zich er niet tegen massaal bestolen te worden door productreclame om consumenten erin te luizen.

 

Vergeten dichter ex stamelland

meneer van stand

als onderpand

tussen de regels beland

en inmiddels van kant

zo meldt over de rand

de fabeltjeskrant

in dit verband

positie vacant

of iets in die trant

maar verder niks aan de hand.


Woensdag 6/12:

~  Het vager ‘die’ verdringt vaker ‘de’ in de elitaire spreektaal.

 

Asochiaatjes

Puttershoek

Grutters zoek

Schin op Geul

Heul pin of beul

Raamsdonkveer

Schaam stonk ‘ns zeer.

Wormerveer

Lieve heer.


Dinsdag 5/12:

~  Zijn liefd’ en ontferming onttroosten m‘ altijd.

 

Op de step

richting Mahreb

zegt tante Bep

als ik me rep

en de pep maar heb.


Brabbels woorden begrippen

onderbewust opgedrongen

kwijt raken

logisch overdraagbaar

doorgeven

in zinvolle formuleringen

die aanslaan

is als onomkeerbaar gegeven

even onverdraagbaar

als afscheid nemen

van ontlasting

want wat wordt er

in werkelijkheid door anderen

mee gedaan

prijs gegeven

bij de neus genomen

genegeerd

gegenereerd

gegeneerd

onbelangrijk gevonden

vervloekt.


GEEN METAFOOR

GAAT/KAN

ER(zo) MEE (VAN)DOOR.

 

Stereotiep

hoor

zo’n stervende iep

in’t geniep

en wel in koor.


Donsegeltjes

contra

versregeltjes

slagroompegeltjes

teksttegeltjes

spaarzegeltjes

drankkegeltjes

vliesvlegeltjes

minstens.


De afwisseling tussen

kussen

en klussen

is lusten

of rusten

om bewuste

fusten

van vreemde kusten

met busten

op te hoesten

zulk een levensritme

doet honger en dorst vergeten.


Niet verzilting

maar wurgende zout-intrusie

heeft plassex

de das om gedaan

laatstaan.

 

Van het opperwezen

en al die chinezen

valt niets te vrezen

het volgend moment

gelukkig of niet.


Beter dan erbij te horen

is in wezen van tevoren

hoog van de toren

volkoren

beschoren

zijn uitverkoren

spits je oren

laat je weledelnaaktherboren

niet storen

of door neuzen boren

noch raak verloren

blijf in lust bevroren

scoren

en sporen

op de AZoren.


Topwijf:

Vort met de geit

is uit de tijd

een ander beleid

beste meid

aanpakken.

 

===