boekenopener voor probaat schrijfwerk
Ziehier de sinds 2009 dagelijks aangepaste laat-ironische internetpost van scribent revers locker.
feuilleton




In deze linkerkolom wordt wekelijks een vervolghoofdstuk geplaatst  van revers locker's recente e-(mail)roman 'Over die schreef' . Voor korte samenvattingen van mijn zes e-(mail)romans en ander werk: klik op Categorieën en vervolgens op Voorpagina. Zie elders op Internet voor meer werk en/of persoonlijke info.

 

Aflevering 19:  


15.

 

Voor het eerst sinds maanden stak Jasper de volgende ochtend een sigaartje op. Veel te droog, maar hij merkte het niet toen hij de getikte kantjes verder doorbladerde. Sommige passages boeiden hem. Vals sentiment afgewisseld met aanvaardbare beschrijvingen en herkenbare hartenkreten. ‘Uit z`n tenen’, zou Rita in al haar grofheid verzinnen.

De voormalige Philips-adept had op een willekeurige plek een aantal onthullingen bij elkaar gezet waarvan relbelusten binnen een andere context zouden hebben gesmuld. Zo refereerde hij aan ‘ene meneer Zwan’, die als bedrijfsleider van een Philips-vestiging in het Gooi in de beginjaren zestig voor een schandaal zou hebben gezorgd door in overwerktijd sex-orgieën met een selectie van homofiele manlijke werknemers te organiseren. Een buitengesloten portier slaagde erin achter de voortijdige ‘darkroom’ te komen en gaf het gedoe aan. De geschiedenis leidde in de volksmond tot grapjes als ‘Zwan kleef an’ en fluistercampagnes die wilden dat bij de gloeilampenfabriek in het zuiden des lands flikkerlichtjes worden gemaakt ten behoeve van het Goois matras.

De roemruchte president-directeur Frank O. werd geïntroduceerd met de roddel dat deze op latere leeftijd zo onberekenbaar als een draaideur was geworden. Zodat hij voortdurend door een heel regiment bewakers moest worden ingetoomd. Er was ook een sneer in de richting van Frits Philips die bij gelegenheid van het 75-jarige bestaan van de onderneming zijn geheelonthouderschap overeind hield door de aangeboden glazen champagne achter z’n rug in de handen te drukken van een altijd aanwezige voorlichter die het drankje inderhaast in één teug achterover moest slaan. Zodoende zoop de zegsman zich gedwongen lam als gevolg waarvan hij tegen de avond starnakelzat met een dienstauto moest worden afgevoerd. Na drie keer lezen begreep Jasper nog niet wat werd bedoeld met het vervolg: “..De blauwe knoop werd opgepoetst ter wille van de laatste re-animering van de sekte voor de Morele Herbewapening, waarin de miskende zoon van de grote Anton zich als sociale drol zo had vastgebeten. Omdat Anton hem maar een mietje vond gaf hij bij zijn opvolging de voorkeur aan zijn keiharde schoonzoon.” Hij zou het nog wel eens nalezen in de biografie van de stichter van het concern.

Al bladerend kwam Jasper de hem al eerder bereikte vette aanhaling tegen dat de familie Philips de uitgave van ‘Das Kapital’ voor achterneef Karl Marx had gefinancierd. De onbedoelde politieke versmelting zou de ontlening van het Paarse gedoogbeginsel niet hebben misstaan bedacht Jasper.

Hij kon er niets mee. En de lezer nog minder. De achterklap over publieke geheimen zou hem worst wezen.

Hij verdiepte zich in een volgend hoofdstuk over een dame uit hogere gloeilampenkringen die een bronzen kop van haar overleden ega had laten vervaardigen door een bekend beeldhouwer. Omdat de beeltenis op ware grootte moest worden gevormd en was voorbestemd voor een plaatsje boven de schouw van het familiale vakantiehuis had de kunstenaar ermee ingestemd dat de kop in ieder geval‘goed diende te lijken’. De initiatiefneemster bleek enthousiast over de rake manier waarop de ontslapene werd getypeerd. Ze zag er om te beginnen een geschikte verjaardagsverrassing voor de oudste kleinzoon in. Zij verwachtte dat haar kinderen zo onder de indruk zouden blijven van hun rechtschapen vader en haar opzet zouden waarderen. Maar de bedoeling mislukte. De nazaten vonden het geval maar niks: “De doem die een vermeend kunstwerk zo vaak overkomt. Een oerlelijk kreng, bedreigend, en bedriegelijk gelijkend. Een betrappend dodenmasker.” Eén van de kinderen zeulde er jarenlang mee rond om er een alternatieve bestemming voor te vinden. Niemand wilde de frappante fysieke gelijkenis in huis hebben. Bang voor de dodelijke aanblik. De wrede ogen keken altijd mee en volgden je overal. Tenslotte werd het onding voor een habbekrats – nog minder dan de metaalwaarde – verpatst aan een opkoper met het nadrukkelijke beding het om te smelten.

Het manuscript liet de schepper van het kunstwerk, een toch internationaal bekende beeldhouwer, na het vernemen van dit gegeven zich terugtrekken in eenzaamheid op Terschelling. Hij brak met het verleden en veranderde zijn naam. Hoewel hij daarna kwalitatief veel beter werk leverde raakte hij vanaf dat moment zijn plastieken aan de straatstenen niet meer kwijt.

Dat laatste sprak Jasper wel aan. Hij herkende de willekeur van smaak en waardering. Toch nog een beetje nieuwsgierig geworden neusde hij verder, waarbij zijn oog viel op de zin

“.. Nu weet ik wat hoge hakjes vermogen. Ze maken het bekken ontvankelijker.....”

Wat moest dat hier nu weer. Hij sloeg door tot de slotpassages. Daarin vond hij een paar losse opmerkingen die hij zelf had kunnen bedenken:

...Zie maar eens naar die massale trek bovengronds in westelijke richting van aardwormen op een lauwwinderige meidag in de duinen. Zou er dan toch?.. Maar er is altijd wel een heel natuurlijke verklaring voor te vinden. Sinds kokmeeuwen massaal met succes stage hebben gelopen bij trappelende merelkolonies is de wormenconsumptie exponentiëel toegenomen. En is het ecologisch evenwicht daarmee verder tot de rand van destructie opgeschoven. Nou en. De aarde is allang over de top van de menselijke keuze van biodiversiteit heen. Het kan alleen maar steeds sneller minder worden, vooral met de onbedoelde humanitaire hulp voor al die resistente virussen en gestresste bacteriën.

De meest verwerpelijke menselijke illusie is: de natuur ooit de baas te kunnen worden. We maken er nota bene zelf deel van uit. Schieten vergeefs raketjes naar het plafond van het denkvermogen, maar slagen er steeds minder in om aan eigen domheid te ontkomen. Dwars door het denkbeeldige hemelgewelf, en dus uit de bol, gaan we aan de werkelijkheid voorbij zonder er wijzer van te worden. Ontstijgen naar de kelder. Blijven steken in een volgepropte wereld tegen de instandhouding van de soort. Ben ik even blij dat ik geen nageslacht heb...

Jasper had de indruk alsof er steeds iets was bijgeplakt, waardoor een broddelwerk was ontstaan. Een ratjetoe van gebeurtenissen zonder reddingsboei. Een apoth­eose zat er niet in. Het boek liep af alsof de schrijver te lang zijn plas had opge­houden en halsoverkop naar de wc was gehold. Louter aandrang door verveling. Hij herkende zijn eigen naïveteit in de amateur.

Er gingen dertien van dit soort egodocumenten in een dozijn. ‘Schrijf er maar een boek over’ raaskalde de psychiater. En dat doen ze dan ook allemaal: het pennen van sleutelnovellen met een antiheld als hoofdpersoon. Als Moeder Maria ongebruikt terug afzender, mits een gefrankeerde retourenvelop was bijgesloten. 

Somber en geërgerd hield Jasper ermee op. Met heel wat schaven zou er potentie in kunnen zitten. Maar wie had er zin in het polijsten van pogingen van een saaie anonieme dode?

Jasper kon zich voorstellen dat ex-collega`s over de man had­den besloten: laat hem maar een beetje knoeien. Zolang de meedogenloze eindredactie het gelijk van de lezer voorkauwt wordt het toch niks. En jammer dan, éénmaal een beetje op dreef ging hij gewoon dood.

Jasper’s besluit stond vast. Ook uit piëteit wilde hij er niet aan. Privé-domein. Postuum geheimschrift dat niet omlaag mocht worden gehaald. Te riskant om zelf te gebruiken. Op een handjevol vindingrijke volzinnen na dan. De aangehaalde gegevens zouden herkend kun­nen worden door vroegere kennissen van de over­ledene. Zij zouden dat een aanslag op hun integriteit kun­nen vinden en stampij kunnen gaan maken. Hij zag de rel al zit­ten. Hij was niet vies van een schandaal, maar niet zo. De dubieuze manier waarop hij aan het verhaal was gekomen zou hem parten kunnen spelen.

Niemand zat erop te wachten. Potentiële afnemers van het spul kende hij niet. Viel er nog meer negatiefs over te bedenken om tegenover Rita geëxcuseerd te zijn?

Hij sloot het manuscript weg, diep achterin de kast waar hij zijn persoonlijke spulletjes bewaarde met vele andere als inferieur be­schouwde schrijfprikkels.

 

16.

 

 

In haar hyperactiviteit om hem te pushen kon Rita het niet laten Jasper overal mee naar toe te slepen. Jasper had het lef niet om te weigeren en ging ­tegen zijn zin met haar mee naar exotische lezingen, huishoudbeurzen, ex­posities, veilingen en zelfs een keer naar de Antwerpse vogeltjesmarkt. Voor het uitstapje over de grens had Rita het voor elkaar gekregen om Dirk`s zondagse vehikel, een geniepige Honda Civic 1.4 Bur­ning Red, met de onhandige lage in­stap voor sportieve zestigers, te mogen gebruiken. Ze had­den de grootste moeite gehad het - volgens Jasper - “krengentuig” – in een stille buitenwijk te parkeren. Omdat zíj reed vond Rita die kwalificatie maar niks.

‘Ik zweer het je. Je dut in. Sociale con­tacten inspireren. Any time; any place’, was haar herhaald consult. ‘Je hebt voortdurend het levende model nodig om er je dichterlijke vrijheden aan te kunnen spiegelen. Als je niet oppast ga je dezelfde kant op als de meeste sukkels in het vrije Westen. Die dekken zich alleen in tegen de achterhaalde gevaren uit de vórige oorlog.’

Antwerpen deed Jasper niets, maar hij vond het voorlopig best. Als ze maar niet als een nederige huisvrouwtje zijn mannenhuishouding ging be­stieren. Haar strategie leek geraffineerder. Toch doorzichtig genoeg voor hem.

Ze probeerde hem aan het tennissen te krijgen, maar bij de tweede les demonstreerde hij al wat hij eerder had beweerd: hij raakte geen bal omdat hij er niet de nodige kijk op had. Hij ging er niet achteraan. Er bestond aan zijn kant geen enkele ambitie om te willen win­nen. Het was voor hem een kwelling die niets met ontspanning of lichaamscultuur te maken had. Het gezwoeg van zijn medesuk­kels vond hij wel komisch. Na de derde les haakte hij af. Rita vond het ook niet verantwoord om met dit geknoei nog verder af te gaan.

‘Categorie klein leed’ noemde ze het.

Ze zocht het vervolgens in de muziek. Omdat ze en passant wel eens iets over Jasper’s oppervlakkige kennis van de operacultuur had aangehoord liep ze net zo lang de kleine krantenadvertenties na totdat ze een oproep had gevonden van een noodlijdend zangkoortje. Musi­calfans die voor overdag meezingers recruteerden. Maar ook de poging om zich samen daarbij aan te sluiten faalde. Er was wel be­hoefte aan geoefende tenoren. De verre van gepolijste bariton van Jasper viel bij het voor­zingen dan ook direct af. Sopranen van het type kwinkeleer bleken in overmaat aanwezig. ‘Jammer dan’ voor Rita.

Nog even had ze gedacht aan een muziekinstrument. Trommels of een saxofoon (die hij als jongen al even had gemarteld) leken haar wel wat voor hem. ‘Bingo’ had ze triom­fantelijk uitgeroepen toen ze een straat-strijkje had zien sappelen, ‘aan die instrumenten ontbreekt het die lieden.’ Nog diezelfde dag nog erkende ze dat zij zich ook hierin had vergist. Het zou een te dure grap zijn geworden, nog afgezien van de nodige bijscholing.

Amateurtoneel. Dat zou het kunnen zijn. Jasper verklaarde dit kleinburgerlijke gedoe niet nodig te hebben voor het oppikken van ideetjes.

Zo strandden al haar driftige pogingen tot sociaal engagement voor­tij­dig. Maar ze gaf ‘mijn ding’ niet op. “Op enig moment breken we door”. Majesteitsmeervoud van een doorgeschoten bejaardenhulp.

Tijdens één van hun speurtochten belandden ze in een achterafbuurtje. Ze zochten een morsig cafeetje uit om de dorst te lessen. Daar troffen ze een voormalige collegaatje van Rita, die het werken had verruild voor het meeroeren in de beerput van de lokale politiek.

Het werd een overdreven hartelijk weerzien, waar­bij Jasper even naar het tweede plan werd verdreven. Er werd driftig gekeuveld over ‘toen’, ditjes en datjes, en veranderingen. Achteraf was Jasper niet ontevreden over zijn beginrol als luisteraar.

De ex-kamergenote vond hun merkwaardige verschijn­ing - hebben ze nou wat of niets - reuzenspan­nend. Nieuwsgierig als ze was nodigde zij het twee­tal uit om de week daarop een sherrytje bij haar thuis te komen drinken. Rita ging gretig op de invitatie in (‘die houden we erin’). Jasper baalde als een stekker.

Truus’ voor­barige pogingen om achter de status van hun relatie te komen liepen op niets uit.

Rita noemde haar “behaaglijke Truus” en de truus bleek net zo'n leeghoofdige kletskous als zijzelf. Een levendig mens dat binnen de kortste keren haar oordeel had gevormd en dat te grabbel gooide voor de toevallige aanhoorder.

Het gesprek bij Truus aan huis verliep aanvankelijk stroef, maar toen zij het plotseling over de boeg van levensgevaarlijke  verkeersdrempels had gegooid brak het ijs en gingen alle registers open. Jasper leek aangeraakt door haar verve. Hij speelde mee. Als het moest en hij de geest kreeg kon hij op een over­tuigende manier voorgeven geanimeerd te discus­sië­ren. Daar  had Rita op gehoopt om indruk met hem te kunnen maken. Ze glom.

Zo kon het gebeuren dat het gesprek van de inrichting van de woonkamer via parkeerproblemen al spoedig op de be­stuur­lijke be­sluit­vorming in de regio kwam.

Truus zei als aktief afdelingslid van de Partij van de Arbeid geen wijkvergadering over te slaan, waar zij bij een al decennia onveranderende op­komst van nog geen tien ­thuismijdende vaste bezoekers temid­den van getrouwe artefacten behoorde tot het gangbare type domme vragenstellers, dat pas in derde in­stantie genoegen nam met de ontwijkende non-items van geduldige bonzen.

Uit haar enthousiaste verhalen bleek dat zij erin slaagde vergaderingen eindeloos op te houden met gedram over hondenpoep, geluids­hinder, trottoirfietsers en door-rood-rijders waarover toch niet ferm kon worden afgeconcludeerd omdat maffe zeurkousen zoals zij vanuit een afwijkende invalshoek gelijktijdig behoorden tot hetzelfde slag verguisde over­treders en belangenbehartigers op een ander ondergeschikt terrein.

Drong ze zelf niet voor bij de slager, maakte ze geen ruzie over een zitplaats in de tram en liet ze de kat dan niet buiten zeiken, liefst een paar huizen verder, waar net het tuintje was aangeharkt?

Ze liep constant een slag achter, luisterde zoals in die kringen gebruikelijk, niet echt, en kon oprechtheid en partijdwang niet goed scheiden. De emancipatie van de basis was - ofschoon zij juist van het tegendeel overtuigd was - stilletjes aan haar voor­bij gegaan.

Jasper kwam op dreef toen hij dit laatste aan de kaak stelde. Hij haalt alles uit de kast aan wat hij zich nog weet te herin­neren van zijn stoutmoedige heulperiode met de door slimme rechtse kakkers overgenomen beweging “Resoluut”. Een politieke onderstroom waarin de immer vliegende hol­lander Dick de Zeeuw ooit zijn zoveelste katholieke gevoelswaarde had willen uitdrukken. In een onbezon­nen v­laag van betrokkenheid was Jasper indertijd op aanraden van een psychiater daarin verzeild geraakt. Voor twee maanden, maar hij had wel een paar verlichte passages voor de voorlich­tingsparagraaf van het beginseldocument aangeleverd. ‘De dadendrang van een laatbloeier, maar dat bleek een vergissing’ geeft hij toe.

Hij gebruikt fragmenten van het ethisch reveil van Schillebeeckx om zijn ar­gumentatie te bekrach­tigen. Het achterhaalde Hollandse gedachtengoed van het democratisch socialisme hekelt hij als de pest. Het stelt volgens Jasper niets zinvols of verheffends voor sinds het humanisme is doodgebloed. ‘Die richting staat alleen nog voor overtrokken ondermaats geneuzel tegen de dreiging aan de goden te worden overgeleverd.’

‘Maar wat vind je dan van de pee van de Arbeid?’

‘Arbeid? Die bestaat bij de neerbuigende bovenlaag van dat kluppie voornamelijk uit onderling netwerken. Vooral de overheidsdienaren onder hen. Het ongeoorloofd tackelen van politiek andersdenkenden wordt door de overwegend thuisfluitende commentatoren door de vingers gezien, terwijl de onwetende doelgroep dienstdoet als speelbal. Als ze eenmaal het predikaat van erkend opinieleider hebben verworven haken ze af omdat ze het niet meer weten. Dan worden ze hoogleraar in het één of ’t ander tenzij er een lucratiever commissariaat te behalen valt.’

Truus bestaat het om te beamen dat ze dit zelf ook altijd al in partijbijeenkomsten had voorgehouden. ‘Maar de voormannen  luisteren niet echt naar ons..’   

Alsof ultrasnelle suikers zijn uitgedaagde brein op hol had­den gejaagd draaft hij door. Hij veroor­looft zich ab­solute uitspraken waarin hij  - onder gretige in­stemm­ing van de vrouwen - be­weert dat negentig percent van de Nederlandse televisieprogram­ma’s ten onrechte dezelfde recht op en neer pompende jongvol­wassenen-sex promoten.

‘Of ouderen zo sub­tiel zouden zijn’ verlengt hij zijn betoog. ‘Die lezen alleen maar der Bunte Illustrierte Stern Spiegel. Iedere week hetzelfde en één pot nat met kijkgedrag voor het scherm. Vier s-en op een rij: soap, seniliteit en solosex. In deze onveranderbare volgorde.’

Daar hebben Truus en zelfs Rita niet van terug. Hij windt ze om z`n vinger. Groeit in z’n rol. Beweert dat van de rest van de TV-programma`s nog geen vijf percent serieus valt te nemen. Het wordt niet weersproken. Radio 1 noemt hij tussen neus en lippen door “uitwisseling van winden tussen omroepmedewerkers en krantenjongens.”

Truus praat er van schrik helemaal naast en wordt door Jasper onbarmhartig onderuit gehaald. Zij haspelt dan iets van ‘ ..dat vind ik gewoon.. ja...uh. Hoe heet dat..Wat zal ik zeggen..’ Maar ze vindt het heerlijk om met hem ‘van gedachten te wisselen’ en simpel en onomwonden op haar nummer te worden gezet. ‘Ik leer ervan en leef helemaal op’ bekent ze. ‘Het lijkt wel een positieve brainwash, een lesje in zindelijk denken. Dan heb ik zoiets van de ingehaalde Parool-kliek zou er jaloers op zijn.’ Ze lacht haar overdreven uitbundige lach zonder plezier.

Ze probeert het nog even met een bewonderende opmerking over de veelzijdigheid in de stem van Madonna, maar deze keer wordt ze ruw in de rede gevallen door een hakkende Rita die toch ook nog een duit in het zakje wil doen: ‘Kick jij op dat monster?’

‘Nou ja. Laten we zeggen op haar spectaculaire en toch zo na-ieve optreden. Ik vind dat klasse.’

‘Laten haar fans dat maar niet horen. Die maken je af’ gokt  Jasper. Hij weet niets van Madon­na. Tovert versimpelde aftreksels van marktwerk­ing en ab­sorptiecapaciteit uit de hoed, lost in een tussenzin het Schiphol-probleem op, en weet aids, het wereld-over­bevolkingsdilemma en de in­stroom van illegalen in een sluitend samenhangend verband terug te brengen tot een peulenschil, waaraan de groten der aarde zich willens en wetens onttrekken om in het zadel te kunnen blijven.

‘Zeekû waijtû’, ‘Ech wel’, ‘klopt’,‘geheel eens’, ‘best wel cool’, ‘perfect’,‘exact’ en ‘p`sies’ beaamt Rita afwisselend in volle overtuiging. Bij uitzondering gaf ze toe:’dat is niet mijn ding.’ Ongekuist van de beeldbuis geplukt. Maar het klonk wel zo gewichtig en bij de tijd dat Truus er jaloers op was.

Sinds de overheersing door het Oranjehuis zou Nederland volgens Jasper nog uitsluitend bezig zijn zichzelf te handhaven. Dat zou meer moeite kosten voor het huidige Hollandse bejaardenlandschap, zoals dat valt onder te verdelen in verzorgden en verzorgenden. ‘Ons platteland raakt zo langzamerhand volgescheten door de bio-industrie; en de binnenstad door de derrie van met lekkernijen volgepropte huisdieren. Tolerantie onder begenadigden en de genade voor de proleten onder hen maken de dienst uit, waarbij natuurbehoud slechts is bedoeld om de minachting van het brede publiek te weerstaan. Met de groei van het aantal alleenstaanden neemt het zeuren toe. Dit land infantiliseert en het volstrekt verdorven reclamewezen speelt daar walgelijk handig op in zolang het hoofdbelang van de commercie het optimaliseren van de verwarring bij de consument blijft. De media doen er niets tegen omdat ze inkomensafhankelijk zijn van de leugenverbreiders. Nederland betwist inmiddels de VS het kampioenschap van de lacherige oppervlakkigheid, de verpakte onzin en de platvloerse domheid. Er wordt gekikt op het charisma van het moment terwijl dat nu juist de meest lepe vorm van populisme is. Volksverlakkerij uit het onderste schap. Mennen in plaats van behoorlijk gezag. Elke sterke man hanteert de knoet. Dat moet ook wel met al dat klootjesvolk. Laat je niet misleiden dames. Ook niet door Herman Prey.

Onder het mom van serieus Calvinisme en gedegen koopmanschap is de vakbeweging verworden tot voorvechter van de leegloperij.

Ik kan me echt bescheuren om het gedrag van die opzwepende kemphanen in namaak-werkkleding met hun voorgeschreven plat-Amsterdamse krompraat. Ze draaien - door ZKH verlost van hun stemmige stropdassen - hun vaste rondjes om de kerk en weten met hun suffige gratis petjes en T-shirts van geen meter wat er echt onder de mensen leeft. Houden zichzelf als makkers van de zieligheidsindustrie in stand. Verwisselen het begrip armoede met kapitaalverslindende verslaving van uitkeringsgerechtigden die afhankelijke gezinsleden naar de afgrond slepen. Lang leve de zwarte charimarkt. Tegen de verkiezingstijd wordt de publieke mening bij het nemen van belangrijke beslissingen tenslotte – voor wie het wil zien herkenbaar – gemanipuleerd door een mix van vooringenomen opiniepeilers, liberaal opportunisme, het laatste restje onwetenschappelijk salonsocialisme en lobbyisten. Doorgeschoten beroepsactivisten die de relatie met hun achterban, doelgroep en veronderstelde slachtoffers allang zijn kwijtgeraakt, en de linkspruttelende kroegpraat van de journalistieke meute betwisten elkaar de kullekoekbokaal. Churchill had meer dan gelijk met zijn bewering dat de democratie niet deugt. Maar dat er volgens hem niets beters is kun je ernstig betwijfelen als je je realiseert dat de kiesgerechtigde meerderheid in toenemende mate uit sukkels bestaat die zich laten leiden door voornamelijk pitspoezen en spitsboeven promotende massamedia. Kamerbreed slaplullen heeft ons doen belanden in een verrotte samenleving waarin tolerante burgers onbekommerd door beroepsellendelingen worden geschoffeerd en de stuipen op het lijf worden gejaagd. Anders gezegd: democatie kan niets anders zijn dan een bloedeloos compromies van een tijdelijk goedelovige minderheid. God wat een orde.’

Truus hapt naar adem.

==

Peyton op 25-03-2014 10:10: 
Thank you for the sensible critique. Me & my cousin were just preparing to do some research on this. We grabbed a book from our area library but I think I learned better from this post. I’m very glad to see such fantastic information being shared freely out there…

kaatje wharton op 31-07-2010 12:24 via, http://chalkpoetry.blogspot.com/ :
tot bij jou geraakt, leuke blog
krijt je jouw commentaar eens voor ons dan krijgt die zijn eigen plaatske?
dank je
ik kom hier zeker terug
kaatje.

 

<<<<<<<>>>>>>>>  <<<<<>>>>>

 

 


                                   XOXOXOXOXOXOXO

 

Laatste tweets
kwasi gedateerde dadaden

 

 

Contact: hedelepe@kpnmail.nl

 

Week 25:

De EU lacht; dus betaalt.

 

Woensdag 20/6:

~  Het handelsblad heeft de nrc definitief verdrongen.


Als de popcast

van de poppenkast

de potcast

van de pottenkast

nergens op slaat

met stukken;

de postcard van de proprostaat

staart naar de pornostraat

tussen je tenen

dan moet het lukken

tot alles in staat

van extase

staat wat er staat.


Dinsdag 19/6:

~  Hier even staat terecht het literaire grauw dat de buit verpatst.                      

 

Het valse valkenzwaard

wordt conform een varkensstaart

op zeg maar 18 maart

te paard

vergaard

maar ook wel heel bedaard

ondanks zijn ruige baard

terecht ter dood verklaard

dan opgebaard

nabij de Leidsevaart

versierd met notentaart

uit de verkilde haard

zo is de zaak der aard

volgens de wereldkaart

dus ongeëvenaard

verjaard. 


Maandag 18/6:

~  En jawel hoor; levensbeëndiging is de enige doodsoorzaak.

 

+

Hem schort

Een keurig schort

Dat wordt

Bekort

Port op z’n

Bord verdort

O lord sport

Snort  op rapport

Opgehort

Aan gort

Naar de stort

Ofwel de kelder

Met die overgelder

Kraakhelder.


Zondag 17/6:

China, Japan en Korea gelden als de Incontinentale na-apers. 

 

+

Een loflied

op kierewiet

speelt quitte

met niemandsverdriet

en de tiet

van griet

maar haalt het niet

bij de ultieme retweet

aangaande grijze piet

schijtend in ’t riet

op een kleine karekiet

mij een biet

hoe je dat ziet

en ervan geniet.

 

Zaterdag 16/6:

~  VS en VK van talende  naar falende bondgenoten. 

 

Onvrij vertaald:

weet -> weed

speet -> speed

tweet -> tweed

date ->  deed

reet -> read

scheet -> she’d

peet -> paid

neet -> need

meet -> made

zweet -> swede…


Vrijdag 16/6:

~  BOB staat voor Ben Onder Behandeling.


Flauwe smoes:

Couche couche

Met appelmoes

Niet voor de poes

Al te droes louche

Die foute roes

Neely Cruise

Als platenhoes

Onder de douche

Met Bruce

Uit Goes

Allez Touchee.


Donderdag 14/6:

~  Het wandel- reikt verder dan een i-pad of kolfje.

 

Reimelaar ei

keert het tij

maar een gedicht

raakt je verplicht gesticht

ofwel gericht

linkerpootje gelicht.

 

Louter kwabbelbabbels

en knabbelsabbels

vermaken grabbelkrabbels

tot kabbelschnabbels.

 




                                                                                      

===